TussenMens

Olifant bezoekt café in Den Ouden Vogelstruys Maastricht 1955

TussenMens

Fragment uit het boek “TussenMens” van de schrijver Robert Kruzdlo.

Kun je je die dag van de dood erna nog herinneren?

Ik concentreer me, terwijl ik probeer zoveel mogelijk, liefst alles, terug te halen. Lukt natuurlijk niet. Misschien heb ik rond het incident met Hans veel verdrongen?

Onder de vrouwen bestond de buitenwereld niet echt, die werd elke dag gemaakt, maar die dag: kil begint plotseling de lucht te betrekken, langzaam komen er kolengruiswolken aandrijven. Een helder vreemd aslicht schijnt af en toe door de openingen in de wolken. De vrouwen zitten weer gezamenlijk aan de keukentafel. Waarover ze het hebben? Moeder veegt met de hand de broodkruimels bijeen en zegt: ‘Morgen vertrek ik weer. Hans en ik hebben werk gevonden bij Circus Renz. Eerst een optreden op het Vrijthof.’

Dan veegt ze weer kruimels tabak van de keukentafel. Pieter haalt stoffer en blik. Ik mag even op moeders schoot zitten. Als ik mijn hoofd tegen haar borsten wil leggen, schrikt ze. Ik knijp in haar pols.

‘Doe niet zo gek, je lijkt je vader wel, ook zo’n knijper.’

‘Zeg dat toch niet.’ Pieter sloft met stoffer en blik naar de keukendeur.

‘Doe die deur dicht, het is koud hier,’ zegt moeder. ‘Kom, dan laat ik je wat foto’s zien van onze act met de motor. Zie je die kerk hier en dat huis daar, daartussen wordt een dik touw gespannen, van de kerkspits naar dit huis, je weet wel café ‘de Struys’ … ik bedoel naar café Den Ouden Vogelstruys. Over dat dikke touw rijden we met de motor. Morgen zul je de rest zien.’

Ik begreep er niets van, maar de manier waarop moeder het vertelde was spannend en het leek of ze mijn aandacht, hoe fragiel dan ook, toch weer kon breken. Auw.

‘Morgen,’ zegt ze, ‘morgen hoef je ook niet bang te zijn, hoor, ik zal niet vallen en …’ Fluisterend: ‘Zeg maar een weesgegroetje op, ik neem als ik terug ben een echt cowboypak voor je mee.’

Moeder keert de asbak om, peutert de peuken open en rolt van een hoopje tabak een sigaret. Ik ruik een bittere lucht en proef de rook.

@robertkruzdlo

Marja Pruis: Zullen we het eens echt over vrouwen hebben?

Marja Oruis 2014 tekening Robert Kruzdlo

Vaak kiest men voor de aanval en maakt men vijanden, om te verbergen dat je zelf zwak staat. Friedrich Nietzsche.

Marja Pruis 1959 gaat in De Groene Amsterdammer opzoek naar de man en de vrouw in de mens. Zo lees ik dat de man is geprotuubd en kapot gefeminiseerd is, maar wie is nu de echte man: Je wordt tenslotte niet als man geboren, maar tot man gemaakt, om maar een beroemde schrijfster te parafraseren, schrijft Marja Pruis. Zij herleest de literatuur hierover? Maar omdat er niet alles opgeschreven is over de vrouw en man verhouding of zo je wil, de liefde, geef ik hiervan eigenwijs een voorbeeld.

Oma An zei: mannen zijn alleen geïnteresseerd in een gat, maakt niet uit wat. Ik was zes. Oma An was lesbisch, maar dat wist ik toen niet.

Nu ik weet wat mijn Oma bedoelde, begon ik mij af te vragen wat wil de vrouw nog meer? Niet alleen dat, ook begon ik langzaam te begrijpen dat mijn moeder van heel véél van mannen hield en egotistisch haar eigen weg ging. De een naar de ander viel af. Toch had ze aan een kraal mannen nog te weinig. Toen ik mijn eerste vriendinnetje kreeg, moest ik van haar leren dat een man nooit een vrouw kon bezitten: dat beslist de vrouw zelf. En al was die beslissing van beide vrouwen weliswaar biologisch, ook dit wist ik pas veel later: mijn vriendin liep de hele dag met een opgepompte flamoes rond. Ik kan eerlijk zeggen dat deze vrouwen mijn leven hebben gekut; het was grote liefde en groot verdriet tegelijk. Een dichotomie uit liefde? Nooit meer voor herhaling vatbaar.

Toch dames, mevrouw, meisje, raad ik u aan blijf in de liefde geloven; de strijd die het geeft, als mens -niet als vrouw of man- is liefde de enige redding. Ook al is of was het een illusie, de waan van de biologie, de neuronen hebben één uitgangspunt en dat is en blijft liefde: in mijn geval met pijn en verdriet. Liefde blijft liefde en meer dan liefde is er niet. Liefde heeft de liefde meer lief dan de liefde zelf. Was dit niet van Nietzsche?

Vrouwen vechten daarom om meer recht, lijkt me. Mannen zoals ik, vechten om erkenning; mijn mannen-mensenwereld, mijn probleem is nog nooit in de literatuur uitgekristalliseerd. Ik denk dat vrouwen, vrouwen met een vaginaal stendhalsyndroom nog nooit een roman hierover hebben geschreven. Vooral niet een vrouw die de man uit liefde en onafhankelijkheid, eigenlijk zichzelf keihard portretteert!

Om met Groene-critica Marja Pruis te spreken: er is nu eindelijk meer tussen hemel en aarde. Marja schrijft 3 juli in De Groene Amsterdammer: Het gaat niet om de vrouw of de man, het gaat om de mens. Ze sleept Stenhdal erbij die laat zien dat als een vrouw authentiek gemoed heeft, een principiële onafhankelijkheid, een afkeer van huichelarij, een verlangen naar oprecht geluk, dan pas vrij is?

Had ik dit maar geweten.

Stenhdal verzuchtte op zijn einde van zijn leven dat na al dat geschrijf hij nog niet begreep wie hij was.

@robertkruzdlo

Eind dit jaar verschijnt mijn boek TussenMens. In deze roman vindt u meer over dit onderwerp.

Das kann das Leben nur einmal geben

Min doet net of hij alles nog weet.

Hij heeft etalagebenen. Zijn knieën zijn broos en thuis slaapt hij alleen maar. Alles doet hij buitenshuis. Meer dan 40.000 Blu-ray schijven aan informatie over zijn leven had hij tot nu toe in zijn hoofd opgeslagen. Nu, dat dacht hij, het zijn er hooguit 13.000, misschien over een paar maanden nog maar een paar honderd! Hij kan zich steeds minder herinneren. Moeilijk om bij informatie komen, zegt Min. Daarom kijk ik de hele dag op mijn IPhone waarin al mijn gegevens staan en ook die van mijn kunstschilderwerk, exposities heb ik erin opgeslagen. Hij kijkt naar de lucht.

Schilderen kan hij niet meer. Hij weet niet meer hoe het moet. Hij is wel eens naar een hypnose sessie geweest om zijn geheugen terug te krijgen, maar dat mocht niet baten. Een tekenpotlood in zijn hand voelt vreemd aan. In zijn atelier komt hij niet meer.

Hij toont mij zijn laatste bloeduitslag. Het laat verhoogde cholesterolwaarden zien, maar het deert hem niet. Hij drinkt de hele dag alcohol, wel met mate; als ik hem een glas wijn aanbied dan liever een half glas, soms een kwart. Dieet daar doet hij niet aan. Hij weegt hooguit 75 kilo. Hij slikt kurkuma, wel te laat, zegt Min.

Troost vindt hij in het herhalen van oud nieuws, terughalen via zijn iPhone of computer. Iedere keer weer moet hij, om zich te vergewissen dat hij het nog iets weet, steeds vaker op zijn iPhone kijken. Wat precies hij niet weet, weet hij niet. Herhalingsdwang? Kun je het zo ook noemen?

Wiederholungszwang, zegt hij.

Waarom zeg je het in het Duits, vraag ik?

Ik heb in Duitsland gewerkt, zegt Min met lage wenkbrauwen.

Hij kijkt op zijn IPhone en zoekt het woord op.    

@robertkruzdlo

Vrouwen: mannen hebben een achterstand

Barcelonines begrijpen waarom mannen zo achterblijven.

Vóór mij aan een ronde tafel zaten, luchtig gekleed in vaalgrijze wegwerpkleren, een zestal voetbaldames. Nee, voetbalvrouwen met zonverbrande neuzen. Buiten was het 38 graden. En toch woei er een koel briesje door het café dat op de hoek van de straat aan het schaduwrijk plein lag. Ik houd van schaduw, door oude platanen links en rechts op aarde geworpen met in het midden een spaans mos-fontein. Geen naaldje zonlicht kon zich door het bladerdak een weg banen en je kunt er bij kaarslicht een boek lezen, zo schemerachtig is het bij het vallen van de avond.

De vrouwen uit Barcelona keken nogal somber, kromme rug, uitgezakt maar eendrachtig als team loken zij allemaal naar het televisiescherm waarop het Spaanse vrouwenvoetbalelftal tegen Amerika speelde. De een beet op haar nagels, de ander krabbend aan haar ellebogen, pulkend aan bierviltjes en naarmate de wedstrijd verstreek, werden café stoelen knarsend verschoven, om aan elkaar te kunnen frunniken. Een stopte haar hand onder een T-shirt van een ander en streelde diens vochtige huid. Het opgedroogde zweet onder de armen was wit uitgeslagen. Een ander begon de schouders te masseren van haar buurvrouw. Een stel vond troost door te tongzoenen. Ieder had zo zijn aai-neigingen en waarvan de aaibaarheidsfactor steeds groter werd toen bleek dat de het vrouwenvoetbalelftal van Spanje de wedstrijd definitief verloren had. Als krolse poezen moesten zij zich definitief bij de uitslag neerleggen.

Toen ze opstonden en de te nauw zittende korte broeken uit de plooien van hun vrouwelijk geslacht moesten trekken – door de benen te buigen en de knieën naar buiten te draaien – liepen ze zonder mij, op of om te kijken, met opgetrokken wenkbrauwen sjorrend en trekkend het schaduwrijke plein op. Ik hoorde een van hen in het Catalaans zeggen dat het Barcelona vrouwenvoetbalelftal beter zou hebben gepresenteerd dan het nationaal dameselftal. Ik wilde nog zeggen dat… , maar niemand leek mijn uitgestoken hand te hebben begrepen. Armoe troef.

Rond de tafel dampte alles een beetje na. Het kalmerende hormoon oxytocine, net als een leeglopende meisjesschoolklas, kon je ruiken. Een berg afval van zwarte zonnebloempitten, plastic zakjes waarin chips had gezeten, verpulverde biervilten, papieren servetten waarvan een soort pingpongballen waren gemaakt, morsvlekken, suikerstrepen en citroenschillen maakte van het geheel een soort funk-art en dit alles had ook een bepaalde schoonheid. Het rook niet prettig toen ze allang in de schaduw verdwenen waren, ze hadden gewoon schijt aan alles en misschien konden ze best met binnen- of buitenkantvoet een voetbal trappen, het rook niet naar vers gras. Allemaal genetisch, zei mijn buurman die net was aangeschoven met een vol glas ratafia champagne.

Als enige man die het tafereel had gadegeslagen – behalve dan een andere jongeman die misschien de trainer was van de vrouwenvoetbalsters en al die tijd erbij zat alsof hij niets anders dan het televisietoestel gezien had – vielen mij, uit mijn jeugd nogal wat herinneringen te binnen. Ik wilde spontaan tegen hem zeggen dat als je door vrouwen bent grootgebracht, zoals ik, begrijp waarom mannen zo achterblijven? Mannen hebben namelijk net dat extra wat voetballende vrouwen niet hebben.  

Hoe zou het geweest zijn als het hele elftal aan Barcelonettes daar gezeten had? Twaalftinten grijs? Ik had gewoon geknikt, waarmee ik wil zeggen, dat ik het allemaal begrepen had als Nina Simone: Feeling Good.     

@robert kruzdlo

Bom als een boek

Stella Bergsma haar roman “Pussy album” is wild, woest en frivool tegelijk. In Stella’s boek is Eva van Liere 37 jaar lerares en dus Stella Bergsma? Het is een frontvrouwboek van drank, seks, pedofilie en mensenhaat. Kleuters in elkaar schoppen, haar fantasieën zijn bloeddoorlopen cynisch, rauw alsof het door een man gefantaseerd is. Het theater van de wreedheid. Een doodenge frontvrouw, hyperbewust in alles wat ze doet, met een ingewikkeld imago, wil haar rauwheid botvieren door haar nymfomane gedrag bot te vieren op een jongen van zeventien jaar. Goed geschreven woede, eng, en zo af en toe gevoelig. Zeer gevoelig, alles over de top. Kut, poep, pissen, pijpen och alles komt erin voor. Stella spiegelt zich aan de man en wil met dit boek het liefst een pik hebben; alle taboes moeten doorbroken worden. Gelukt zou ik zeggen. De pedofilie bij de vrouw zou door meer vrouwen beschreven moeten worden. Ik ken er genoeg, helaas nemen ze bijna nooit de pen ter hand hoewel zij, Eva dus…, met de pink naar boven aan een onbesneden lulletje zit te zuigen en te trekken.

Lees Pussy album! Deze doorgedraaide ongestelde pedoseksuele-hyperseksualiteit vrouw Eva, die, door de grens over te gaan naar bevrijding zoekt, die maar niet wil komen of zal komen, …moet er wel iets evolutionairs gebeuren, iets radicaal veranderen in het brein. Doordrinken en erbij blijven, en, doorlezen.

Sommige vrouwen hebben een grotere lul dan mannen.

Uitgever Nijgh & van Ditmar          

Boek TussenMens

Robert Kruzdlo Maastricht 1955 Vrijthof modeshow.

Ik zal hier alles willen opbiechten, wat een groot offer zal zijn, en al word ik door dit offer verdoemd – zelfs al ben ik ermee ingenomen zal het mij toch voor een grotere catastrofe behoeden, omdat anders het offer voor altijd verloren gaat – ik moet hiermee leven.

Pinn Fallibl 1963  

Zo begint een nieuw boek van mij Robert Kruzdlo. Pinn de hoofdpersoon – zie foto – reist een aantal weken met de kermis mee. Het boek zal volgend jaar verschijnen. Maar eerst zal het boek TussenMens eind dit jaar verschijnen.

Pep Iglesies

Tekening Robert Kruzdlo van Pep Iglesies die op februari 2018 voor het laats zijn strijdend Catalonië zag.

Postdemocratie.

Waartoe zijn wij op aarde? zei Pep. Omdat wij er niet vanaf kunnen, zei ik. Nee, zei Pep, om stilte te verspreiden.

Vanochtend hoorde ik dat Catalonië de enige ‘postdemocratie’ in Europa heeft. Misschien heeft Schotland en Canada er ook een, maar Catalonië is als enig land een ‘post-democratie’ zei een van de advocaten van een Catalaans ex-politicus die in de gevangenis van Madrid meer dan een jaar in voorarrest zit. Hij was met anderen betrokken tot een poging tot Catalaanse afscheiding. Postdemocratie dat betekent dat de ex-politici die illegaal de republiek Catalonië hebben uitgeroepen, een afscheiding met Spanje willen – all my money goes to Spain – een eigen staat willen stichten waar alleen Catalaans gesproken wordt; alles wat in het blikveld van ras Catalanen Spaans is, verwijderd dient te worden en dat de ongehoorzaamheid die hiertoe leidt, geen rebellie, nog revolutionair is, geen geweld gebruikt wordt en vreedzaam: postdemocratisch is. Dus. De Spaanse justitie wil nu dit ideaal beeld, dit politiek proces breken, de grond instampen…, zei Puigdemont de ex-president van Catalonië die gevlucht is naar België. Spanje is een vreselijk land, Spanjaarden deugen niet en ze begrijpen niets van het onafhankelijk streven van de zeg 48 procent Catalanen die iets anders willen dan gehoorzamen aan de grondwet. Vandaar een nieuwe democratie: de postdemocratie. Volgt u mij nog?

Geen enkel in voorarrest zittende Catalaanse ex-politicus, projecterende identiteit politicus kan verkroppen dat hun democratie door Spanje om zeep wordt gebracht. Zo ongeveer begreep ik het vanochtend. De bak in, met jullie ongehoorzaamheid. Stelletje fascistische postdemocraten. Ik hoor nog een Catalaan roepen, alweer een paar jaartjes geleden: er komt een revolutie. Nu hebben ze een postdemocratie.

Niemand heeft goed opgelet, ook de kranten niet, op wat de advocaat van een van de gedetineerden zei: we leven in een postdemocratie.

Een nobel streven om de onafhankelijkheid via een post-democratie te bewerkstellen en de wet, de grondwet niet te gehoorzamen. Stoute meisjes en jongens zijn het.

Geef mij maar de gastvrijheid die ik overal en elders, over de gehele wereld geniet. De stilte en niet de herrie van weer een nieuw soort democratie of postdemocratie. Er zijn altijd mensen de dupe.

Ik wil in Catalonië wonen zonder de eis te moeten kiezen voor ongehoorzaamheid of voor de minderheid die zich niet wil afsplitsen van Spanje. Laten weer eens leren wat gastvrijheid is. O nee, sorry post-gastvrijheid of toch via de sociale media voor de post-post-gastvrijheid gaan? Democratie bestaat niet!

Ik kijk uit naar een post-post-democratie en waarschijnlijk zit ik dan gevangen in Catalonië.

@robertkruzdlo

Flowgedicht en flowgolven

klaproosflow

De Haarlemse Dichtlijn organiseert eens per jaar op 30 mei een poëziefestival in het centrum van de stad. Een grootschalig poëziefestijn met 100 deelnemers, opgesplitst in een aantal podia in de stad en gepresenteerd onder regie van een presentator uit het kunstenaars circuit.

Struikelend beklom ik het podium. Oeijjj…, klonk er uit dichtersmonden of anders die van de luisteraar. Ik begon met uitleggen wat een ‘flowgedicht’ is en keek de zaal in. Strakke gezichten. Aan een flowgedicht, zo zei ik, moet je niet te veel schaven. De krullen vallen van het gedicht waardoor het alleen maar slechter wordt. Het is een kunst zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke tekst te blijven. Daar is talent voor nodig. Als je iets verandert doe dan het flowgedicht niet te kort.

Ik keek de zaal in. De gezichten stonden nog strakker. De ogen, hoewel op mij gericht, schenen op een heel andere horizon gericht te zijn.

Om de aandacht op het begrip flowgedicht te vestigen had ik verteld dat ik vroeger in de digitale krant TROUW elke dag een flowgedicht met een tekeningentje erbij plaatste. Ik keek nog eens de zaal in. De oogst was er niet na. Niemand zat in een flow. De horizon achter mij scheen ook te zijn verdwenen.

Dus begon ik:

de bootjes op zee hebben snorren

stemmen komen aangespoeld

in golven vastzuigen op het strand

naakt zijn alle mensen en duiken

als op een ansichtkaart blauw

zo blauw de lucht in zee verzengt

Aan dit gedicht heb ik nauwelijks iets willen veranderen, …was het niet dat het in de dichtbundel verkeerd is afgedrukt. Derde regel, eerste strofe, is ‘in’ in een ‘In’ veranderd en ook nog eens heeft de drukker gemeend het woordje ZICH tussen ‘golven en vastzuigen’ te moeten plaatsen. Kijk, nu begrijp ik waarom toehoorders nog niet weten wat een flowgedicht is. Want ZICH hoort daar ook niet. Stemmengolven kunnen zich niet vastzuigen, maar zeegolven, water wel.

Die dag hadden we samen op een flow kunnen golven.

Robert Kruzdlo

Haarlemse Dichtlijn 2019

ISBN/EAN: 978-90-829912-1-5

Bang voor muggen. Catalaanse Catweazle.

Tekening Robert Kruzdlo van Onno Boerwinkel kunstenaar

Hoofstuk uit boek Perle van Robert Kruzdlo.

Javier Casademont da Rose Catalaanse Catweazle.

Wat een beminnelijke man, alhoewel hij er niet uitzag. Hij had wat weg van Catweazle uit de Engelse tv-kinderserie. Een uit de 11e eeuw afkomstige, incapabele, aandoenlijke zonderling die in de 20e eeuw belandt. Niemand sprak met hem. Hij hield afstand van iedereen, tot op het laatste moment 30 augustus 2016. Hij was niet van de snapchatgeneratie, had geen telefoon, keek geen televisie of welk ander elektronisch ding dan ook. Alleen een oude Dualdraaitafel, waarop vooral muziek uit de zestiger jaren werd afspeelde.

Toen ze hem dagen niet meer in de dorpswinkel zagen klopte een van de dorpsbewoners voor het eerst op de voordeur. Die werd niet opengedaan en dus werd de brandweer gebeld, die met een ladder, zich toegang wilde verschaffen tot de woning, via een wc-raampje. Toen dat niet ging via het balkon. Inmiddels stonden er voor zijn huis tientallen mensen. De luiken werden met een koevoet gelicht en er werd een ruit ingeslagen. Ze vonden hem in zijn leesstoel met op zijn schoot het boek De naakte Nietzsche. IJskoud. Een beetje naar een kant geheld, volgens de brandweerman. Hartstilstand, en wat een bende, wat een rotzooi, vies alles onder een dikke laag stof. Het bestond toch niet dat je zo kon leven. Met een deken over zijn hoofd hebben twee brandweermannen hem met stoel en al uit huis gedragen, de ziekenauto in.

Ik leerde hem kennen in 2011. Hij stond in de dorpswinkel, op enkele centimeters voor een blikje zalm, haalde het van de schap, hield het vlak voor zijn bril en zette het terug. Elke dag stond en wandelde hij solitair tussen de schappen op en neer. Ze lieten hem betijen en hoogneuzig leek iedereen hem te mijden. Waarom?

Dat wilde ik weten en dus nam ik mij voor hem op een dag aan te spreken. Ik was wel eens dicht in de buurt geweest en probeerde hem aan te kijken. Hij stonk, zijn haren vlassig, vuile bril, dik als een vergrootglas. Altijd een rotting bij zich, jas aan, ook op warme dagen. Bij een vluchtig oogcontact vermeed hij mijn groet. Hij wilde niet opgaan in een begroeting met het gevolg dat hij mij iedere dag als hij mij zou zien weer moest groeten. Ik moest iets anders verzinnen. Hij zou zich nergens aan moeten bezeren als ik hem kon benaderen. Ik diende net als al die andere dorpsbewoners te verdwijnen en op te gaan in een soort behang. Hij was een type tussenmens. Hij zat in een glazen tabernakel en ik kon hem niet zomaar als een shuttle benaderen. Onschokbaar, en hij zou je bespugen als je iets van hem wilde. Wat wilde ik van hem? Hij wilde natuurlijk zijn onbereikbaarheid bewaren of …, was ik net als hij ook een grensfiguur die opviel? Helemaal bereiken kon misschien niet, maar ik wist intuïtief dat hij niet geheel gesloten was. Ik wist nog niet wanneer ik hem zou aanspreken. Zou die dag er wel komen?

Het boek De naakte Nietzsche dat hij hield vastgeklemd, was geschreven door mijn vader. Vlak voor zijn zelfmoord bij Avanti gepubliceerd. Er waren een paar honderd van verkocht. Vader: Ik zie een muur van onwaarheden, rotte gebeurtenissen, een doolhof van leugens en een corrupte democratie om mij heen, daarom ben ik een eenling zonder achtergrond? Die vrijheid, die muur, beschermt mij. Men kan van mij niets verwachten. Ik lieg terug. Tussen de rotte waarheden, de zoektocht naar een ‘nimmer te realiseren één voor allen, door allen democratie’ is er ook altijd een groep die de dupe van de meerderheid wordt. Er zal altijd onderdrukking en uitsluiting zijn, geweld tegen de singuliere ander, de eenling. Als iedereen gastvrij zou zijn heb je óók een democratie voor iedereen, toch? Maar niemand houdt zich daaraan en dus bestaat democratie niet. Dat schreef vader in De naakte Nietzsche. Contacten met de buitenwereld onderhield mijn vader niet. Hij zoop, kwam in het ziekenhuis terecht en riep om de dood. Ik zie hem nog liggen, paars van hoofd tot aan zijn vingernagels. Zuurstofmasker op en dan, onderwijl de zuster zijn lippen met een nat doekje dept mompelt: ik wil dood en ben een getraumatiseerde klootzak. Hij snakte naar adem. Allerlei piepgeluiden.

Vader stierf, zoals al op de lagere school was vastgesteld: dom! Niet iedereen kon slim zijn. Zijn dom-zijn dat was de wereld ook. Dom en wel, dronk hij tot hij er kierenwiet van werd. Ik ben nog een keer aan zijn sterfbed geweest. De kamer, waar hij dagen roerloos op bed lag, was donker. Toen ik de deur wilde sluiten stond er in de hoek van de kamer een vrouw op, die bij het passeren vluchtig zei: Hij zal weldra, uit zijn lijden geholpen worden. Hoe? Ze was al weg.

Ik hield uren zijn hand vast en probeerde een gesprekje. Na wat aandringen zei hij weer: Ik wil dood. Het leek of hij opknapte.

Ik heb nooit geweten hoe ze hem hebben laten inslapen. Maar ook ik zoek nog een thuis.

@robertkruzdlo

Hoe kun je een leven veranderen dat geen kop en staart heeft?


Copyright ©2019 Robert Kruzdlo Wikitaxis journalist en Jordi Tarda

Ulysses een verhaal zonder kop en staart. Ulysses het magnum opus van James Joyce, gaat strikt genomen over een man die een wandeling maakt door Dublin. Marguerite Duras doet in ´La vie material´ ook geen poging een verhaal met een begin en eind te schrijven. Ook ik doe geen enkele poging om een net afgelijnd verhaal te vertellen waarin ik de lezer van beginpunt a naar eindpunt b leidt. In plaats daarvan parachuteer ik mijzelf en slinger tussen invallen door opweg naar een plotloos einde. Hoe kom ik hier nu op?

 
Deze gedachten en meer schoten om 6 uur vanochtend door mijn hoofd. Ook het boek ´De zwarte heer Bazetub´ van Albert Vigoleis Thelen (1903-1989) is een van loszand gebouwd zandkasteel. Althans dat maak ik ervan. Nog niet goed wakker misschien? Ook dit boek heeft geen plot volgens de literaire uitgewrongen regels: gelukkig maar.


Soms denk ik dat politici ook geen kop-en-staart verhaal hebben, want ze weten nooit hoe het eindigt laat staan hoe het allemaal begonnen is. Ze zijn wandelende praatpalen die ik op mijn reizen tegenkom. Je ledigt je nood en als ze aardig zijn helpen ze je met knikken. Zo ontmoette ik in Barcelona Jordi Tarda, congreslid voor Catalonië in Spanje. Ik hou van die man. Waarom is die geen president van Catalonië?


Ook ik heb een leven zonder kop en staart. Marguerite Duras: “Mijn leven is een nagesynchroniseerde film met een slechte plot, slecht gemonteerd, slecht gespeeld, kortom, een vergissing. Een detective zonder moord, zonder politie of slachtoffer, zonder motief, een flutdetective. Het zou een echte film kunnen zijn, maar nee, het is namaak. Probeer dan maar eens te weten te komen wat je zou moeten doen om dat te veranderen.”

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo