In Perle terug.

Duras trollerige ogen en dikke lippen kijken mijn richting op. Zal de temperatuur zijn. Rechteroog een beetje scheef. Ze loenst, giechelt en slaat haar benen hoertig over elkaar. Bruine ogen die in de zon donkerder worden, vragend als een kind, wil ze dat ik naast haar kom zitten. Ik twijfel. Vanaf de eerste dag dat ze mij zag hief ze haar borsten alsof ze in ademnood was. Ze flasht want ik ben een toerist en die zijn altijd interessant niet? Haar T-shirt is te klein, hotpants te nauw; het stiksel verdwijnt tussen haar vulva. Twee ballen worden zichtbaar als ze opstaat. Ik moet het zien. Ze verlangt gestatie naar mannen. Of ze een door de thalamus OCD-patiënt is weet ik niet. Misschien denkt ze helemaal niet aan seks. Ze gedraagt zich niet als een temeier of een mosselhoer die het bijna gratis doen, daar heeft ze niets van weg. Wat dan? Ik verdring het antwoord en als ze naar een stoel naast haar wijst vraag ze trekkend aan haar sigaret, wat ik wil drinken.

Manzanilla, zeg ik bedeesd.

Duras trekt aan haar T-Shirt met opschrift New York, dooft haar sigaret en steekt meteen een nieuwe aan. Als ze naar lucht snakt kijkt ze mij glazig aan. Ik wil niet in haar ogen kijken. Ze zegt dat ik verlegen ben. Rook dwarrelt uit haar mond. Niet dat ik het weet en toch word ik verlegen. Ze schudt met haar hoofd. Niet van nee. Haar haar komt van achter haar oor en hangt nu voor haar gezicht. Met een zwier kruist ze haar andere been over elkaar heen. Ik zie een zweet plek.

Vrouwendrankje, zegt ze lacherig. Ze weet niet dat haar hoofd schud.

Er is niemand die zich aan haar gedrag stoort, zo is ze geboren. Het is misschien een manier om niet nog meer te geilen als ze een man ziet? Door te spelen. Door vallen en opstaan geleerd? Niemand plakt een etiket op haar. Dat had ik al gezien toen ik voor het eerst op het terras zat en haar met een groepje mannen zag. Ze heeft veel plezier met haar theater dat geen pauze kent. Duras, ze is gewoon Duras. Zo noemen ze haar omdat ze op de schrijfster Marguerite Duras lijkt. Ze zegt dat ze alles van de franse narcistische schrijfster gelezen heeft. Duras wilde als dertienjarige gezien worden door mannen en verlangde als door een boa constrictor verslonden te worden. Ze wil mij niet versieren, al zou je het tegenovergestelde denken. Ze voelt hetzelfde als ze naast een parapluboom staat, doet alleen geil. In het dorp maakt ze verschillende huizen schoon. Soms komt ze plotseling van achter een deur met een emmer oud sop. Zwiept met haar heupen en trekt giechelend de deur achter haar dicht. Ik heb mijn Manzanilla op. Nog een zegt ze? De zon prikt overal doorheen. Haar tepels worden zichtbaar. Even denkt ze na door naar de lucht te kijken.

Ga je mee naar Baho? Ligt niet ver van Perpignan.

Haar rechteroog is weer wat gezakt. Ooglapje voor de dorst?

Dat ligt in Frankrijk Roussillon…, ze spreken gek catalaans en nauwelijks te verstaan; slikken letters weg.

Ik wil niet verbaasd kijken, doe net of ik nadenk en zeg hoe? Met de auto natuurlijk, een uurtje rijden, paspoort meenemen. Ze schudt met haar hoofd en duwt haar haar achter de oren.

In Baho ga ik met een groep vrouwen zingen, catalaanse havaneres. Zeeliederen op zijn catalaans. Ken je wel. Zie er wel anders uit hoor, helemaal in het zwart, ha ha.

Ze steekt opnieuw een sigaret op terwijl er nog een brandend in de asbak ligt. Omdat ze diep ademhaalt en haar T-shirt naar beneden trekt komen haar moederkransen duidelijker tevoorschijn. Een vreugdeloze perversiteit, narcistisch en wederzijds kwellen, kies ik toch voor een oprecht ja.

Ik ben verbaasd dat je in een vrouwenkoor zit, zeg ik eerder dan ik het zelf bedacht had.

Ga je nu toch mee?

Ja, hoe laat?

Het is februari, de amandelbomen staan in bloei en de citroen-, mandarijn en sinaasappelbomen dragen nog vruchten. Onderweg vertelt ze met een bleek gezicht, rokend in slecht engels, over haar overgrootvader die 105 is geworden en die ik wel moet kennen want…, hij keek altijd stilzwijgend over de schouders van de kaartspelers mee, in café Olot, – onderwijl ze een peuk uit het autoraampje gooit. Hij kon dwars door me heen kijken, om er koud van te krijgen.

Ik knik. In haar ogen kijken wil ik nog steeds niet. Mijn handen heb ik onder mijn billen geschoven. Ook zo iets…?

We verlaten spanje. Onderwijl kleurt de horizon oranje en is het landschap meteen uitzinnig groen; gesnoeide druivenranken, maar ook meer wegen en verkeer. Het schemerlicht dat paars bruinig begint te kleuren, priemen de koplampen gaten in een onzichtbare muur. Af en toe begint ze in het catalaans te kletsen. Begrijp de helft, wat haar niet stoort: ze zal het ook niet duidelijker willen uitleggen. Dat ze het niet eens is met de politiek van de separatisten. Maffia, zegt ze. De rijkste families van catalunya, de elite, maken misbruik van de onderbuik gevoelens en verlangens; van de hoofdloze idioten die een eigen republiek willen.

Ja, de borden Republiek Catalunya heb ik onder de plaatsnaamborden gezien.

Weet je, zegt ze als ze in de achteruitspiegel kijkt, veel spanjaarden willen weg uit catalonië. Ik heb oudere spanjaarden huilend bij de dokter gezien, omdat hun kleinkind voor de republiek catalonië koos. Ze voelen zich onderdruk gezet, moeten kiezen voor catalonië of hun mond houden. Ze noemen dat microgeweld, microgeweld door de catalanen terwijl die moord en brand schreeuwen omdat ze door de spanjaarden worden onderdrukt. Je ziet overal vlaggen en teksten op de muren: onderdrukking door spanje. Ze doen in het klein hetzelfde.

Ik knik. Begrijp dat mensen subtiel onder druk worden gezet.

Komt er niet van, zegt ze als we een terrein oprijden met een gebouw dat veel weg heeft van een buurthuis in rode baksteen. We worden begroet door een man die een catalaanse vlag om zijn nek heeft gedrapeerd. Om mijn lachen te onderdrukken doe ik net alsof ik moet niezen. Hij moet er om lachen.

Komt door Perle, zegt ze, ligt in een kloof, …heel veel stof door de bergwinden. Haar stem is anders.

Ik klap zo hard ik kan en kijk naar de fransen die, met hun glunderende gezichten opstaan om een extra applaus weg te geven. Op een krakkemikkige manier spreken ze catalaans: half frans en catalaans met een vreemd accent, met een soort belgiese tongval. Wallons? Duras is klaar en als ze zegt, over een paar jaar spreekt hier niemand meer catalaans, heeft ze een vol glas wijn in haar handen. Ze beven een beetje. Ik krijg er ook een. Ze stelt mij voor aan de man, nu zonder catalaanse vlag. Ja zeg ik, ik heb genoten, vooral van de blonde vrouw met vlechten die met een mooi gevormde mond, een o ronde mond en een hymne over catalonië zong: Bon cop de falç defensors de la terra, zoiets als: Een slag met de sikkel van de republikeinse verdedigers der Catalaanse aarde. Maar ik begrijp dat het natuurlijk liever rammen op de spanjaarden is, of zoiets… .

De nacht sluit ons in. Ik ben bang omdat ze gedronken heeft, dat ze onveilig rijdt. Onderweg begint langzaam haar toneelstukje weer en het gegiechel is tot Perle te horen. Even had ze haar hand op mijn schoot. Ook op de terugweg heb ik haar niet in de ogen gekeken; een afzijdige houding die ze ook wel van anderen kent. Denk ik. Ze is klein van stuk net als de rest van de bewoners van Perle. Als Duras met kracht de portier dichtslaat volg ik haar naar het café Olot. Ik wil niet dat ze denken dat ik iets met Duras heb. Ik duik meteen het toilet in. Als ik terugkom zit ze op de schoot van de visser. Hoe heet die ook alweer? Aan de bar bestel ik mijn Manzanilla. Dan als ik besluit naar boven te gaan, naar mijn kamer, roept Duras dat ze het gewaardeerd heeft. Ik krijg een vette knipoog. Via een donkere ruit zie ik in de spiegeling haar amicale, giechelende bewegingen. Ik zou haar niet kunnen likken, zoveel hield ik van haar.

Bonna nit, zegt ze en schudt met haar hoofd. Zonder iemand aan te kijken stap ik het café uit, de gang naar een krakende trap op. Boven heb ik niet het gevoel dat ik zojuist naast een nimfomane heb gezeten. Maar ze speelt het wel.

Als ik uitgeput op bed val, droom ik weer over een geheime kamer waar mijn spullen opgeborgen staan, alleen, ik kan die kamer niet terugvinden. De sleutel heb ik. Ik word huilend wakker.

New York 2018

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s