PUIGDEMONT I PUIGDEMONT

De broers Puigdemont en Puigdemont zaten aan een lange tafel. Alles, behalve de wolken, leek de kamer op een houtskooltekening. De rook van de vloeropenhaard krulde naar het plafond, dwarrelde rond het peertje dat nutteloos onder de zwartgeblakende plafond hing. Het lamplicht werd opgeslorpt door teerafslag op de balkenplafond. Enkel in de schaduw van de schemering kon ik zien hoe uit de aardewerkkommen gegeten werd. Knoestige handen, vuile nagels en glanzende koppen boven de dampende aardewerken schalen, grepen de twee oude mannen naar de varkensoren, stukken maag en poten; een vork werd gebruikt om de dampende aardappel te verpulveren. Het servicegoed had zijn beste tijd gehad: archeologisch gezien dan. Omdat er te weinig tanden waren om te kauwen werd het vlees stuk getrokken tussen hun tandeloze kaken. Ja, er waren wel tanden, maar die zaten op de verkeerde plek. Brood werd gesneden tegen hun buik, zoals ik overgrootmoeder zag doen toen ik nog wankel op mijn benen stond. De worst was van de balk gehaald en in stukjes gesneden, op een dik plak brood werd olijfolie gesprenkeld en uit een houten wijnvat werd de wijn geschonken: zoet en jong. Alleen een kleine raam liet het daglicht toe waardoor iedereen in het tegenlicht aan de varkensoren, maag en poten trok. Aardappelen kokend uitgesmeerd en bestrooid met de worst, werd er geprakt en met het historische besef, meer dan vier generaties voortgaande stilte werd er gegeten. Een witte wolk hield zich even op voor het enige raam. Onderwijl in de openhaard geel en blauwe vlammen groeiden en poezen of katers miauwend aan de voeten van de mannen jammerden, zat ik naar een bijna Bijbelse situatie te kijken en kon ik mijn ogen nauwelijks geloven dat deze beide mannen het zonder tv, radio of courant deden. Er wordt alleen geveegd en de was in de rivier gespoeld. De hele tijd hoorde ik de koeien loeien en slopen de honden op en neer voor de ingang van het huis. Zelfs, zo vermoedde ik, waren de wolken nieuwsgierig naar wat zich hier in deze zwartgeblakerde kamer afspeelde dan de Puigdemonts over mij waren. Ze vroegen niets. Op een oud gasstel kookte de soep en wolkten de dampen tussen het gestapelde servies en keukenvoorraden gehaast een weg naar de schuur. Een waas van tochtrichtingen waar een aantal houten vaten met wijn stonden. De groep magere en grauwgeel verschoten, vuil van de regen honden lagen voor de deur en kregen de restjes uit de monden van de mannen. Hun ribben bewogen nerveus op en neer. Ik dronk en onderwijl hoopte ik dat mijn smartphone niet zou overgaan.

Fransesc en Gaspar waren mij totaal vergeten.

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo