Boa Marguerite Duras

Boa

2005 Cadaques Spanje.

De volgende dag ging ik naar het naaktstrand om te tekenen. Ik installeerde me tegen een enorme rotsblok in de schaduw. Ineens stond het fietsmeisje naakt voor mij, zo dichtbij dat zij zich niet geneerde door mij bekeken te worden. Ik zag eerst haar lange voeten, ranke onderbenen en kuiten, dan haar kantige knieën, lyra liezen, navel en jongensborstjes, bij haar bruine ogen hield mijn reis op bij; haar ogen waren naar omlaag gericht. Had zij zich op deze manier al eens eerder aan iemand naakt laten zien? Ik hield mijn adem even in en tekende verder. Moest iets zeggen. Happend naar lucht…, niets moet. Ze draaide zich langzaam om, keek over het strand en weer terug naar mijn tekening: ze vergeleek de pentekening met de werkelijkheid. Kon dat wel? Geen man had haar ooit gewenkt of was een gesprekje met haar aangegaan en nu stond ze naakt voor mij, als een ranke blonde lelie. Het leek dat ze te lang binnen had gezeten, teveel met haar vader opgescheept: net uit haar ei gekropen. Tussen haar ranke benen zag ik haar vader die naar de rug van zijn dochter keek. Mijn maagdelijkheid joeg onredelijk hartstochtelijk door mijn aderen. Als maagd had ik een bevallig leven achter de rug, maar nu was het het werk van de Heilige Geest en stond ik op een snijpunt van twee morele extremen. Ik glimlachte nerveus naar haar naaktheid, in mijn ogen een blote boa constrictor, in kikvorsperspectief, onwetend van mijn kennis. Als een vogel probeerde ik weg te vliegen denkend aan dat dit de manier is om in dit aardse paradijs uit de buurt van de plotseling verleidende boa te blijven. Haar vader was inmiddels andere dingen gaan doen. Boa joeg mij een satanische angst aan, maar ook moed en schaamteloosheid die kermend door mijn botten een uitweg zochten. De verborgen verdorvenheid stond hier, het fietsmeisje…, nee de boa contrictor? Ik had geen keus. Alles hield verband dat ze zich niet verveelde. Ik groette de vader –moeder was er niet– en door een onwankelbare sympathie voor alle levende wezens op het keienstrand had ik een diepe symfonische liefde voor al het naakt om mij heen. Dat was mijn redding: we waren naakt? Boven boa en mij straalde een blauwe hemel, een nog blauwere zee en hield boa met haar lier haar even zo zachte met kleine stoppels bedekt kadetje vast. Hoe moet ik het anders zeggen? Gelukkig er was nog zoiets als iets exceptioneel, een tempel waar je je lichaam kan laten ontdekken door een kunstenaar? Boa begon zachtjes te zingen, zo onschuldig was haar stem, haar aandacht zo puur. Biologisch, puur biologisch zonder enige taal, zo puur dat ik ervan ging wanhopen. Om mijn eenzaamheid uit mijn lichaam te verdrijven, te reinigen om net zo maagdelijk te worden als een boa; aangevreten door de eenzaamheid, moest ik mij de toegang tot boa niet ontzeggen. Vandaar dat ik zo veel hoop vestigde op het idee van een bordeel, de plek bij uitstek waar men zich te-zien-gaf. En dus keek ik ernaar. Zoals iedereen behoort te doen: kijken naar de natuur en met je handen eraf blijven. (Wat meestal niet gebeurt.) Boa ging naast mij zitten en bleef. Ze bleef om haar lichaam te laten ontdekken. Als kunstenaar kijk ik naar de natuur, ik zit 50 jaar in het vak.

In golven van angst, van vervoering, onverpoosd, onvermoeibaar begreep ik ineens de schrijfster Marguerite Duras. Ook een boa! Ik keek haar aan. 

Plotseling rende ze de zee in. Ik heb haar niet meer teruggezien. Ik nam mijn spullen bijeen, kleedde me en zonder om te kijken beklom ik het pad tussen de cactussen terug naar Perle.

  

Marguerite Duras De boa vertaald uit het Frans door Ilse Barendregt WWW. UITGEVERIJVLEUGELS.NL ISBN 978 90 78627 46 3


Copyright ©2019 Robert Kruzdlo