Terug naar New York

Parool de verhuizing naar Maastricht

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo

Eenmaal door de stalenhuid van de Queen Elizabeth gestapt, zo lijkt het, als ik over de kade kom aanlopen en de passagiers over de loopplank zie lopen, klinkt alles anders. Voetstappen, het geritsel van kleren, de koffers rollen even dof achter hun passagiers als dat stemmen van het personeel, die de richtingen aanwijzen. In de nauwe gangen heeft iedereen prangende vragen. (De krappe ijzeren wallegangen geven het gevoel gevangen te zijn. Wat een opwinding bij iedereen!) 

Een tweepersoons binnenhut met een claustrofobisch kajuitraampje wordt acht dagen mijn duikmasker. De boot brengt mij van Hamburg naar New York.

Ik wacht op het bed op mijn hutgenoot tot de deur met kleine rukjes wordt opengeduwd en er onhandig een grote koffer naar binnen wordt geschoven. Ik spring op en help haar met haar overige bagage. We kijken elkaar in de ogen en met een schok wordt het leeftijdsverschil duidelijk. Haar blijf-van-mijn-lijfblik, een kort hallo en dan worden de handen geschud. Ze heeft geduldig gewacht tot ik haar smalle hand loslaat. Korte haren. Jongensborstjes, en manachtig gaat ze op de rand van het bed zitten en zegt met een zucht dat we elkaar acht dagen zullen moeten respecteren. Ik knik en tuur naar haar ranke enkels. Bruin van de zon en precies dezelfde kleur als haar ogen. Ze ruikt naar frisse stadslucht en om de verwondering van mijn hutgenoot te onderdrukken, oefen ik op het naar buiten kijken in de hoop haar gerust te stellen. Dat is moeilijk. Ik zie alleen een ronde ijzeren cirkel, koperen glimmende schroefdoppen, gevuld met lucht, ongefilterd zonlicht straalt naar binnen precies op haar achterhoofd. Onflatteus, alsof ik aan een ballon hang, zeg ik: ‘Ik sta vroeg op, zo heb je alle tijd om je te fatsoeneren en… ik ga laat slapen, zit meestal in de lounge met een boek, maar van mij zul je geen last hebben. Snurken doe ik niet.’ Ik merk dat ik een droge mond heb.

Ik probeer haar niet aan te kijken. Het is de goedkoopste manier om met de boot naar Amerika te varen: Je weet niet wie je medepassagier is. In dit geval was ik erg verrast. En zij misschien nog wel veel meer?

‘We zitten acht dagen opgesloten in een tweepersoonscompartiment, tegenover de personenlift; van de airconditioning of de rondbeukende wagentjes met wasgoed zul je meer last hebben dan van mij.’ Ze knikt bijna onmerkbaar. ‘Vooral omdat bijna alles van staal is en wij straks op zee zitten, kun je niet meer ontsnappen. Er is ook geen zoet badwater, weet je dat?’ Ik voel dat ik moet bewegen. Mijn stem klinkt dof. Dat komt door al dat ijzer, bedenk ik. Alles is dichterbij dan op de kade toen ik aan iemand nerveus de weg vroeg. Onbestemd gevoel op de vierkante meter. Ze zegt niets terug. Ik ruik haar kleren, geparfumeerd en haar kleine felrode tasje. Nepleer. Ze wacht, en omdat ze wacht moet ik iets verzinnen.

We kijken samen naar de patrijspoort en zien alleen rijdende wolken.

Plotseling begint ze haar kleinste koffer uit te pakken. Terwijl er uit de buik van de boot een donkere toon opstijgt – bronzend ketelgeluid –, en de kade de boot keert, zie ik dat ze pontificaal een stapeltje boeken op haar nachtkasje heeft uitgestald en op haar tenen voor het kajuitraampje gaat staan om naar buiten te kijken; haar kuiten gespannen, glanzend als de bast van de kastanjes die zonet uit de vruchtbeker zijn gerold. Ach, die doorschijnende jurk, gemaakt van een zijdestof die rond haar benen lichtjes als warme lucht welt. Haar sterke rug gestrekt zegt ze: Ik denk dat we vertrekken. Een diepe zucht. Dan kijkt ze mij voor de eerste keer aan. We snappen het.

Verheugd lees ik de titels van haar boeken. Als voetstuk van het stapeltje Geert Maks Reizen zonder John. Opvallend een boekje over neurofenomenologie en bovenop Dante. Nu wordt het tijd om een luchtje te scheppen op het dek. Ik wacht tot ze verder gaat met uitpakken en zeg, als ik al met een voet op de gang sta, dat ik Nederland wil zien verdwijnen aan de kim. Ze heeft vast niet begrepen wat ik ermee wil zeggen. Ik ben blij als ik de deur achter mij met een zachte klik kan sluiten.

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo