Beste Robert Kruzdlo

Robert Kruzdlo Maastricht 1955

Brief uitgeverij Stof & Slijk mevrouw Blanc Witlof 25 april 2019 Amsterdeem

Geachte meneer Robert Kruzdlo,

Nog buiten het bereik van woorden begint in New Jersey jouw geschiedenis. Zonder vader vertrekken moeder, jij en nanny Vivia met de Holland-Amerika Lijn naar Nederland. De aarde is nog plat. Jouw boek begint in 1951 en eindigt in de zomer van 2018 in Amerika. Die zomer heb je je huis ingericht om een groep oude bekenden te ontvangen; een lange tafel gedekt, om samen met de nog levenden uit je jeugd te dineren. Nog één keer, misschien voor de laatste keer, zal ieder zijn verhaal komen vertellen. In zijn eigen woorden.  

Is het uitgeven van dit manuscript, deze persoonlijke geschiedenis, niet hoogdravend? Een megalomane onderneming die sterk het pendant vindt, in een vertederende onzekerheid? Je durft jezelf bloot te geven, waardoor allerlei onvolkomenheden pijnlijk zichtbaar worden. Je maakt je kwetsbaar. Ben je er zeker van dat alles zo gegaan is of vul je hier en daar de gaten op met lapwerk? De herinneringen aan vroeger zijn onbetrouwbaar en toch zijn ze echt. Er komt veel in voor waardoor je je kunt afvragen hoe dergelijke woorden en gedachten in het brein van een zo jong mens kunnen opkomen. Misschien komen ze ook niet in een hoofd van volwassene voor? En een schrijver als jij: blijft dicht bij het gevoel van het kind dat je beschrijft. Soms lijkt het, onder het lezen, alsof je de stoel onder je kont niet voelt. Los van de aarde weet je mij diep te raken. Hoe dat komt weet ik niet. Ik droom vaak dat ik zweef. 

Alle karakters die in je boek voorbijkomen zijn zich bewust van jouw misère in die tijd. De overlevenden kunnen zich veel herinneren, maar ook zullen er lezers zijn die hun spiegelbeeld er niet in herkennen. Alleen jij kan dit boek schrijven; Limburgs realisme, bronsgroen en zonder zedenlessen schrijf je over personen die nagenoeg echt hebben moeten bestaan, of anders gezegd: het zijn fantasievolle personen die onmogelijk niet hebben kunnen bestaan. Jouw jeugd, dat leven was niet makkelijk. Nu wacht je op hen, in je huis in Amerika.

Voorttuimelend heb je alles vergaard wat nodig was om te laten zien hoe in het bronsgroen eikenhout het nachtegaaltje zong. Niemand hoeft te geloven wie je werkelijk was. Fictie en non-fictie lopen door elkaar. Alles heeft de onderliggende kracht, de drift van een vernietigend autobiografisch geheugen. Je bent overgeleverd aan de genade van je brein. Jouw verhaal wordt verteld in verschillende perspectieven, lijnen en heteroniemen die stumperen in tijd; ik ben benieuwd hoe het afloopt met de groep oude bekenden die je in je huis in New York hebt uitgenodigd. Natuurlijk blijf je in je boek, tot het einde toe, zo eerlijk mogelijk de waarheid zoeken. Na jaren twijfelen ga je het toch publiceren zodat het nog tijdens je leven in jouw handen terechtkomt. Schrijven was een experiment om te genezen, te ontgiften en de wereld te vertellen wat er op die verschillende stukjes aarde allemaal gebeurde.

Groet,

Blanc Witlof

@robert kruzdlo