AANGERAAKT

Aan en uitgeraakt.

De wind snerpt door de kieren van het hout. Op het gasfornuis begint de waterketel fel te fluiten, de dop schiet van de uitschenkopening. We schrikken. De wastobbe, een ovale ouderwetse teil, wordt met heet water bijgevuld, tot het water in de wastobbe lauwwarm is: niet tot de rand, volgens de wet van Archimedes, want anders klotst het badwater over de vloer, op aarde. Voor de zekerheid wordt er een handdoek voor de wastobbe gelegd. Eerst gaat mijn zus, dan mijn broertje en dan pas ik de wastobbe in. Als laatste was ik me in grauwig oud zeepsop. Buiten worden we afgespoeld met helder water uit de regenton. De zon aan een wolkenloze blauwe hemel schittert tussen de bomen, de bladeren trillen door een warme bries die van de heuvels rolt. Niet dat dit een intiem moment is, waar ik later intens naar terugverlang, maar ik kende in die tijd nog geen schaamte: om de volgorde, en, om mijn blootheid. Alleen, dat mijn zus als eerste aan de beurt was en ik als laatste mijn billen zelf moest wassen maakte mij op een gegeven moment apathisch voor de volgende wasbeurten. Wie zacht met een washand over mijn rug waste was natuurlijk overgrootmoeder, soms moeder, maar die wreef ruw, al rokend, groene zeep door mijn haar en wierp na eerst een nieuwe sigaret in haar mond te stoppen, ongeduldig de handdoek naar mij toe. Nee, een lach die op haar lippen weerspiegeld kon worden, kon er niet van af? Een tijd van wind, vuur, water en aarde.

Dit zijn de oudste…, door herinneringen aangeraakt, belevingen.

Deze tekst is eigenlijk een pastische van het dunboekje Aangeraakt

@robertkruzdlo