Verboden werk, en stijlen van prostitutie.

Speerpunt van beesten in de literatuur

Vanaf mijn puberjaren ben ik van nature het meest gebaat bij dat alles zus-of-zo gaat. Niet meer dan een soepele, bizarre mengeling van flitsen van geloof en ongeloof. De meesten onder u kunnen zich deze chaos níet veroorloven.

Nu heb ik hierover een boek geschreven, en het valt mij op dat dit boek door de stijl, vorm, een kunstwerk geworden is: een groot kunstwerk van het brein. Het brein dat wikt en weegt en bij vallen en opstaan wordt het altijd wel iets. Zo ook mijn boek dat ‘TussenMens’ heet.

Zolang ik leef, weet het brein feilloos hoe hij mij staande kan houden; door miljarden variaties van mogelijkheden te koppelen aan mijn genetische aanleg, mag ik mijn gang gaan. Vaak word ik door mijn kunstcollega’s een ‘kunstbeest’ genoemd.    

Het beest in de mens, is een vaak gehoorde benaming voor schrijvers, kunstenaars die hun tijd vooruit waren, maar ook voor beroepen die min of meer verboden waren. Lees het boek ‘De negentien boeken die ons boos maakten.’* Het beest dat je kan uitkotsen, is morgen weer een normaal mens: het beest in de mens krijgt gelijk. Geen mens weet wat gaat komen door al die wilde eye-openers van de ontembare beest mens.**

Mijn eerste kus. De langste kus die ik ooit gaf was aan een meisje, dochter van een prostituee, nu sekswerkster genoemd. In die tijd was het heel gewoon, dat mama op de Amsterdamse Wallen een hoer was.

‘Mama is hoer en als ze thuis komt, is ze weer gewoon mamma. Ze houdt alleen van papa,’ antwoordde Maria toen ik haar vroeg wat mama voor werk deed. ‘Het is gewoon werk in De hoofdstad van de zonde,’ en keek mij aan met blije ogen. 

Gelukkig had ze een trouwe vader!

Op mijn zestiende speelde ik met mijn tweemansband Hostie in een kroeg tegenover het politiebureau Warmoesstraat; Henk drum en ik gitaar, wild, eentonig drie akkoorden. Een oude Phillips buizen radio van voor de oorlog was onze luidspreker. Daar leerde ik Maria kennen. Maria was de enige die luisterde naar mijn verbeelden powerakkoorden. Maria en ik waren opslag verliefd, blind en met de ogen dicht hebben we, daags daarna op de Dam Amsterdam, uren gezoend. Op de Dam, daar zoenden wel meer mensen de hele dag. De enige onderbreking was het bezoek van de bereden politie. De twaalf spierzenuwen zorgden dat mijn tongspieren, door het zoenen, dagen spierpijn hadden.

Waarom gebeurde deze dingen vroeger probleemloos?    

Vandaag 25 juli las ik in de Volkskrant een column van Aleid Truijens: “Sekswerk zal nooit beschouwd worden als ‘gewoon’ werk. Seks houdt de wereld draaiende. Vervult mensen met liefde, ontroering en toewijding, maar ook met jaloezie, agressie en machtswellust. Er zal altijd de geur van het verbodene en onbereikbare omheen hangen. Seks is schaamte en overgave. Seks is sacraal en banaal, het mooiste en het laagste.

‘Maar sekswerk is wel gewoon werk,’ had Maria al in 1965 uitgelegd.

Sekswerk was vroeger gewoon werk, met liefde gedaan, toewijding en zonder enige onderdrukking of verdrongen rabiate, vrij en eerlijk.

De moeder van Maria, dame van lichte zeden was de tijd ver vooruit. Hulde dus aan al die dames die de kunst van het scheiden der lusten verstonden. Werk en thuis gescheiden hielden. Helaas blijft Aleid in de geur van het verbodene hangen. Ze had ook een pleidooi kunnen schrijven, een pleidooi over het verleden.

Er is een geur van die tijd in de Amsterdamse Wallen blijven hangen, die van de echte sekswerkers van toen. Voor deze misdragen, echte seksbeesten mag een standbeeld komen die herinnert aan de vrouwen die het vak verstonden.

Vrouwen neem het heft weer in handen, jaag de duivel van jaloezie, agressie en machtswellust uit u hokken; weg met de ‘pooier’ of ‘bikker’ en wees weer een eerlijke prostituee.

@robertkruzdlo

**(Bladzijde 141 staat een fout aangaande Bertus Swaanswijk die naam maakte als dichter Lucebert. Lucebert was fout in de oorlog. Dat kon Joost de Vries toen het boek uitkwam niet weten. R.K.)  

***Cultuur en migratie in Nederland. Verandering van het alledaagse 1950-2000 – dbnl