Tommy Wieringa pennen

Toen ik het boek ‘Dit is mijn moeder’ gelezen had kon ik deze gedachten niet uit mijn kop verbannen: Dit is een moeder van papier, van letters, de Judas Taddeüs heeft zijn werk gedaan. (Bladzijde 122.) Het boek is zonder vlees en bloed; als een levende steen brengt de schrijver een ode aan het rationalisme, op een uitleggerige manier van een schoolmeester.

Het meeste plezier beleefde ik aan de stijl, de vorm waarin dit boek gegoten is. In ijs. Alsof de schrijver, op zijn Salteriaans, in afwachting van zijn verraad schuld bekent door de droom binnen te stappen: alleen de dingen die beschreven zijn, zijn echt. ‘It comes from life, but it’s not life’ had Salter toch een keer gezegd?  

Het bungelen aan de rand van het bewustzijn, in onzin gekeerd, gebruikt de schrijver melodische stoplappen gedrenkt in uitgewrongen zielenpijn. Het boek is van het begin tot het einde een dwarrelend blad, geschreven met dertien of meer, verschillende pennen gedoopt in polderazijn. Daarom vind ik het boek goed geschreven, niemand doet het hem na.

Schaamte overheerst, vooral over de diepe rafelige randen waaruit de zoon het leven van moeder bijeenveegt. Hij schrijft met een aplomb, egotistisch – waar zijn de andere familieleden in het boek – met een vurig verlangen over een vruchteloos leven met zijn moeder die misbruik maakt van de aanwezige zoon als schrijver: ze verkoopt zijn boeken in haar winkel en signeert ze zelf. Met een schrijver in de familie is er geen privé… . Was die er dan?

Nooit heeft de schrijver zich kunnen inleven in de moeder. Ze mochten elkaar niet.

Auw

Auw

Miauw

Miauw

Auw auw auw miauw

Dit gedicht, van Joseph Walter Zlo, schoot door mijn hoofd toen ik op bladzijde 105 aanlandde. Conversatie als het mauwen van katten in de nacht. Nu het staat gedrukt. Katten kunnen maar twee dingen, klauwen en krollen… .

Zijn moeder was rücksichtslos mannenvriend, ten koste van de ruimte van een ander. De zoon, zoekt al schrijvend zijn moeder in dunne- en dikke lijnen van gedachten. De dood van de moeder heeft zich in een wonderlijke stijl de handen van de schrijver gewrongen, die ik echt Hollands vind. Ergens, nergens zit de schrijver op zijn zielenpijn te broeden. Hij durft niet. Hij kan het niet. Het is een schip dat is vast komen te zitten in de modder, de prut.

Ik moet eerlijk zijn: dit blog gaat ook over mijn moeder. Mijn moeder was nog erger dan de moeder in het boek ´Dit is mijn moeder´. De  foto’s van moeder Tommy zijn vertederend en hoe opgewekt ze ook uit haar ogen wegdroomt, weg van haar last, ze blijft een wereldvrouw zoals alle wereldvrouwen. Het is een gemoedsaandoening van een andere planeet die mij beroert. Ze, Tommy´s driftige moeder, had zeker naar Mars gewild als dat toen had gekund. Ik kan het weten. Dit soort moeders kunnen daar beter gedijen.

Had ik maar een moeder zoals Tommy Wieringa, uit steen gehakt splijtend ijzer. Zijn poging haar te beschrijven was een liefdevolle zoektocht, onvervulbaar dat wel, terug naar de baarmoeder. Het is een gortdroog verhaal geworden. Een vlucht regenwolken zonder tranen.

De schrijver had zijn verhaal moeten vertellen aan de kunst en niet aan de lezer.

Tommy Wieringa eigen uitgave. Logo Floris Tilanus! (Vliegtuig.)

ISBN 978 90 828 830 08