1999 even oud als nieuw

Klikken

TROUW 11 juni 1999 Het gebod ‘gij zult niet klikken’ is een van de belangrijke richtlijnen voor ons gedrag. Het moet wel heel raar lopen wil iemand aangifte doen bij bevoegd gezag wanneer hij iemand een overtreding ziet begaan. Pas als men het héél bont heeft gemaakt, vindt de politie een zaak de moeite waard.

Er rust een taboe op klikken en daar profiteert bijna heel Nederland van. Van goed gebekte marktkoopmannen, taxichauffeurs, agressors in tram en metro tot politici.

Ik ben de vader van een van de twee dove meisjes die in maart in een Amsterdamse metro werden mishandeld door enkele jongens. Andere mensen in de metrocoupé zagen het gebeuren, maar traden niet op. Mensen zijn bang, want als de overtreder verraden of aangesproken wordt zal zijn reactie onbeschaamd zijn.

Maar klikken is niet verkeerd. Het kan kan misschien een bijdrage leveren aan herstel van de maatschappelijke balans. Allereerst moeten we het woord ‘klikken’ uit de negatieve sfeer halen en het plaatsen binnen de burgerzin. Ook kan klikken alleen lukken als men het uit de anonimiteit durft te halen. Onverschilligheid tegenover asociaal gedrag zal zich op den duur moeten wreken.

Dit schreef ik in 1999. In mijn boek Tussenmens klik ik erop los. Ik voel mij als Diogenes in een ton; honds en bloed-eerlijk. De wereld in Tussenmens is des duivels en engelachtig. Ik moest aan dit bovenstaand artikel denken toen ik aan dit boek schreef: wij zijn allemaal tussenmenselijk aan het klikken… . Toch¿