Terug naar New York

Parool de verhuizing naar Maastricht

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo

Eenmaal door de stalenhuid van de Queen Elizabeth gestapt, zo lijkt het, als ik over de kade kom aanlopen en de passagiers over de loopplank zie lopen, klinkt alles anders. Voetstappen, het geritsel van kleren, de koffers rollen even dof achter hun passagiers als dat stemmen van het personeel, die de richtingen aanwijzen. In de nauwe gangen heeft iedereen prangende vragen. (De krappe ijzeren wallegangen geven het gevoel gevangen te zijn. Wat een opwinding bij iedereen!) 

Een tweepersoons binnenhut met een claustrofobisch kajuitraampje wordt acht dagen mijn duikmasker. De boot brengt mij van Hamburg naar New York.

Ik wacht op het bed op mijn hutgenoot tot de deur met kleine rukjes wordt opengeduwd en er onhandig een grote koffer naar binnen wordt geschoven. Ik spring op en help haar met haar overige bagage. We kijken elkaar in de ogen en met een schok wordt het leeftijdsverschil duidelijk. Haar blijf-van-mijn-lijfblik, een kort hallo en dan worden de handen geschud. Ze heeft geduldig gewacht tot ik haar smalle hand loslaat. Korte haren. Jongensborstjes, en manachtig gaat ze op de rand van het bed zitten en zegt met een zucht dat we elkaar acht dagen zullen moeten respecteren. Ik knik en tuur naar haar ranke enkels. Bruin van de zon en precies dezelfde kleur als haar ogen. Ze ruikt naar frisse stadslucht en om de verwondering van mijn hutgenoot te onderdrukken, oefen ik op het naar buiten kijken in de hoop haar gerust te stellen. Dat is moeilijk. Ik zie alleen een ronde ijzeren cirkel, koperen glimmende schroefdoppen, gevuld met lucht, ongefilterd zonlicht straalt naar binnen precies op haar achterhoofd. Onflatteus, alsof ik aan een ballon hang, zeg ik: ‘Ik sta vroeg op, zo heb je alle tijd om je te fatsoeneren en… ik ga laat slapen, zit meestal in de lounge met een boek, maar van mij zul je geen last hebben. Snurken doe ik niet.’ Ik merk dat ik een droge mond heb.

Ik probeer haar niet aan te kijken. Het is de goedkoopste manier om met de boot naar Amerika te varen: Je weet niet wie je medepassagier is. In dit geval was ik erg verrast. En zij misschien nog wel veel meer?

‘We zitten acht dagen opgesloten in een tweepersoonscompartiment, tegenover de personenlift; van de airconditioning of de rondbeukende wagentjes met wasgoed zul je meer last hebben dan van mij.’ Ze knikt bijna onmerkbaar. ‘Vooral omdat bijna alles van staal is en wij straks op zee zitten, kun je niet meer ontsnappen. Er is ook geen zoet badwater, weet je dat?’ Ik voel dat ik moet bewegen. Mijn stem klinkt dof. Dat komt door al dat ijzer, bedenk ik. Alles is dichterbij dan op de kade toen ik aan iemand nerveus de weg vroeg. Onbestemd gevoel op de vierkante meter. Ze zegt niets terug. Ik ruik haar kleren, geparfumeerd en haar kleine felrode tasje. Nepleer. Ze wacht, en omdat ze wacht moet ik iets verzinnen.

We kijken samen naar de patrijspoort en zien alleen rijdende wolken.

Plotseling begint ze haar kleinste koffer uit te pakken. Terwijl er uit de buik van de boot een donkere toon opstijgt – bronzend ketelgeluid –, en de kade de boot keert, zie ik dat ze pontificaal een stapeltje boeken op haar nachtkasje heeft uitgestald en op haar tenen voor het kajuitraampje gaat staan om naar buiten te kijken; haar kuiten gespannen, glanzend als de bast van de kastanjes die zonet uit de vruchtbeker zijn gerold. Ach, die doorschijnende jurk, gemaakt van een zijdestof die rond haar benen lichtjes als warme lucht welt. Haar sterke rug gestrekt zegt ze: Ik denk dat we vertrekken. Een diepe zucht. Dan kijkt ze mij voor de eerste keer aan. We snappen het.

Verheugd lees ik de titels van haar boeken. Als voetstuk van het stapeltje Geert Maks Reizen zonder John. Opvallend een boekje over neurofenomenologie en bovenop Dante. Nu wordt het tijd om een luchtje te scheppen op het dek. Ik wacht tot ze verder gaat met uitpakken en zeg, als ik al met een voet op de gang sta, dat ik Nederland wil zien verdwijnen aan de kim. Ze heeft vast niet begrepen wat ik ermee wil zeggen. Ik ben blij als ik de deur achter mij met een zachte klik kan sluiten.

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo

Jan van Riemsdijk Amsterdam

De muren van mijn verzonnen vader


Copyright ©2019 Robert Kruzdlo

… vaders werkkamer waren wit. Het plafond, ook fictie, was hoog en het had afgeronde hoeken. Er stond een lage boekenkast en er hingen kleurige schilderijen precies op een lijn. Als ik aan de bijna abstracte schilderijen terugdenk, word ik vrolijk, evenals over de muziek van Isaac Albéniz die hij vaak draaide op een oude grammofoon. De langspeelplaten waren versleten en maakten tijdens het afspelen een ruis die klonk als een heftige regenbui. In het midden van de werkkamer stond zijn bureau, een soort Mondriaanbureau, met felle kleuren. De vloer glom en rook naar boenwas. Zijn bureaublad waarachter hij met zijn grijze krulhaar en altijd in pak, voorovergebogen over zijn schrijfwerk zat, was iedere dag opgeruimd. Als ik binnenkwam had hij de tijd, maar antwoorden kreeg ik niet. Summier. Kleine losse zinnen, – ik stapte altijd een kamer binnen vol psychologische folteringen. Ik keek tegen een muur op waardoorheen ik weleens een blik had willen werpen. Opgelost wilde worden in het niets. Ik kreeg wat ik zag, weinig minder dan ik al op de gang vermoedde, en nog minder dan als ik de deur van zijn werkkamer achter mij dichttrok. Het enige wat ik doen kon was zijn boeken lezen, want in die boeken van hem kon ik hopen, proberen mijn vader te vinden, hij die zich had verscholen in woorden gedrukt op papier moest daar tussen al die woorden toch wel te vinden zijn. Hij verheugde zich op de komst van de dag dat de woordzieke wereld met stomheid geslagen zou zijn en de dichter voor altijd zijn mond zou houden. Stilte noemde hij dat. Stilte, en de stilte zal groeien als een tuin die je niet met je oren beluisteren kan, zodat al het ongehoorde zich nog kan vormen en in stille schoonheid van je hersens bloeien zal. Als ik aan deze woorden denk hoor ik op de achtergrond het geruis van de vliesdunne klanken van Albinoni’s adagio … zijn zijn woorden nog ijler dan de lucht die zijn mooie gevormde mond verlaat, en wat er dan nog overblijft, mag overblijven, staat geschreven op papier. De stilte waarmee alles begint, in het hoofd te beluisteren viel, is een beleving en voor je het weet – zo had hij eens boos verteld – bedenken de geleerden er een taal voor. Of een stofje.

Zo zat mijn vader vaak voor de hoge ramen van zijn werkkamer en keek hij naar een enorme spar van meer dan honderd jaar in onze tuin. Het gaf een surrealistisch beeld als de maan erdoorheen scheen en hij voor het raam gezeten in het gedimde licht van een leeslamp uren kon lezen, onverzadigbaar, maar altijd ontevreden over de inhoud. Hij beleefde er weinig aan en dan viel er ook weinig te denken. En stel dat er iets te denken viel, dan was er wel weer iets anders te beleven, maar niet voor lang.

Niet lang daarna zal hij zijn gedachten en notities, zijn tientallen keren overgeschreven teksten eindeloos schrappen en doorstrepen en opnieuw beginnen.

Opnieuw buigt hij zich over zijn tekst, die uit de stilte is voortgekomen, steeds weer opnieuw, tot de stilte is teruggekeerd, nergens een protest te vinden is, het denken is afgerond, de vrede in zijn hoofd voor even standvastig overeind blijft en er nergens meer vragen, gedachten, vijanden zijn die dit gevoel kunnen vernietigen. En toch is hij ontevreden.

Een tijdje wachten en dan kon hij weer opnieuw beginnen, naar eer en geweten, en werd hij net zo onzeker als toen hij begonnen was. Alles wat uit de stilte in zijn hoofd tevoorschijn kwam werd ruw verkwanseld aan wat mensen denken noemden.

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo

De maand van de filosofie. Onterechte reputatie?

Beleven

Ik las: Ik stuntel dus ik ben.

Dat kun je wel schrijven, maar dan? Blijft het bij stuntelen? Of bakt de filosoof die dit schreef er nog wat van? Nee. Net als alle mensen zijn we voortdurend en onwillekeurig op weg naar het beste en een leefbare wereld. We staan als “tussenmens” tussen veranderlijke mogelijkheden en wisselende situaties om ons heen. Er is geen begin en eind. Geen rode draad die ons helpt. Dit is de basis voor ons gestuntel. Een vast gegeven. Of er iets bereikt wordt met al het gestuntel? Ja. Trivialiteit. Zinvolle onzin en negatiefrealisme. Deze onderwerpen worden bijna allemaal besproken in de maand van de filosofie. Filosofische bellen.

Filosofen schamen zich er niet voor, schaamteloos geniet hij van zijn populariteit en volledig onterecht, een zekere reputatie. Zelfs al weet hij niets van het brein, hij kletst zich met een karrevracht aan onzin door de vragen heen. Zijn filosofische twijfels zullen geen enkele invloed hebben op de welbespraaktheid die hij telkens weer weet te vinden. Daarom is hij filosoof. Strooi met boeken, teksten, weetjes en blijf helder, zodat iedereen -de filosoof- kan volgen. Knoop een uitleg aan kundige onzin, klets als een heldere waterval over wat je uiteindelijk niet weet en roep dat het allemaal gestuntel is.

Het gehoor houdt van verse en gebakken lucht, immer, wie stuntelt komt tot niets. Filosoof die stuntelt wordt door niemand uitgelachen en niemand lacht om de onnozelheid van de ongelukken die door al dat gestuntel voortkomen. Succes gegarandeerd. Het is tenslotte de maand van de filosofie.

Welk filosoof spint er geen garen bij. Hij voelt niet dat hij de zaak oplicht. Ja soms. Misschien zo af en toe, maar de liefde voor al dat weten houdt stand: stuntel.

Een echte filosoof, een naakte Nietzsche, zal openlijk erkennen dat hij soms, hier en daar, een moment voelt dat hij een oplichter is. Doet hij hiervan akte, dan dringt de werkelijkheid echt tot hem door. Een flits van inzicht zegt: Ga gewoon door met dat gestuntel, met die verhalen, ook al is het beschamend, meer is het toch niet. De toehoorder smult ervan.

In de maand van de filosofie moet het toch eens gebeuren. Beken dat je niet geremd wordt door gestuntel, gebrek aan inzicht en dat je de boel belazert. Dat is pas echt stuntelen.

De beste filosofie, zo staat te lezen in het boek De naakte Nietzsche is je kleren uitdoen en jezelf tonen in al je naaktheid met de woorden: Hier ben ik, in uw ogen, naakt. De rest is onzin. Daarom spreek ik vlot en veel gestuntel. Meer kan de filosoof niet beleven.

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo

*Boek De Naakte Nietzsche is niet meer verkrijgbaar.

Hoe kun je een leven veranderen dat geen kop en staart heeft?

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo Wikitaxis journalist en Jordi Tarda

Ulysses een verhaal zonder kop en staart. Ulysses het magnum opus van James Joyce, gaat strikt genomen over een man die een wandeling maakt door Dublin. Marguerite Duras doet in ´La vie material´ ook geen poging een verhaal met een begin en eind te schrijven. Ook ik doe geen enkele poging om een net afgelijnd verhaal te vertellen waarin ik de lezer van beginpunt a naar eindpunt b leidt. In plaats daarvan parachuteer ik mijzelf en slinger tussen invallen door opweg naar een plotloos einde. Hoe kom ik hier nu op?

 
Deze gedachten en meer schoten om 6 uur vanochtend door mijn hoofd. Ook het boek ´De zwarte heer Bazetub´ van Albert Vigoleis Thelen (1903-1989) is een van loszand gebouwd zandkasteel. Althans dat maak ik ervan. Nog niet goed wakker misschien? Ook dit boek heeft geen plot volgens de literaire uitgewrongen regels: gelukkig maar.


Soms denk ik dat politici ook geen kop-en-staart verhaal hebben, want ze weten nooit hoe het eindigt laat staan hoe het allemaal begonnen is. Ze zijn wandelende praatpalen die ik op mijn reizen tegenkom. Je ledigt je nood en als ze aardig zijn helpen ze je met knikken. Zo ontmoette ik in Barcelona Jordi Tarda, congreslid voor Catalonië in Spanje. Ik hou van die man. Waarom is die geen president van Catalonië?


Ook ik heb een leven zonder kop en staart. Marguerite Duras: “Mijn leven is een nagesynchroniseerde film met een slechte plot, slecht gemonteerd, slecht gespeeld, kortom, een vergissing. Een detective zonder moord, zonder politie of slachtoffer, zonder motief, een flutdetective. Het zou een echte film kunnen zijn, maar nee, het is namaak. Probeer dan maar eens te weten te komen wat je zou moeten doen om dat te veranderen.”

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo

NRC Handelsblad

11 januari 2005 schreef Robert Kruzdlo

Sociologie is zelf een onderzoeksonderwerp

Kennis, harde wetenschappelijke kennis, kan de huidige ingewikkelde samenleving nauwelijks een dienst bewijzen. Daarvoor is die samenleving te onontwarbaar. Het voorstel van Warna Oosterbaan (Opinie & Debat, 23 december) om de van kennis verstoken meningen in te dammen ofwel de feiten boven gebeuzel van ervaringsspecialisten te laten gelden, is een romantisch wetenschappelijk verlangen.

Harde feiten, heldere systemen, zijn ongevoelige werelden. Een mens heeft niet alleen behoefte aan wetenschap grenzende zekerheden, maar ook aan onnozele dingen. De wetenschap zal niet de laatste zijn die het zonder onnozelheden stellen kan. Vanaf de ontdekking van het buskruit tot en met de atoombom; de ontdekking van de psychoanalyse; de ontdekking van het brein en haar biologische neurologische compositie heeft die wetenschap maar weinig goeds gebracht betreffende het leven op aarde, het heeft tot zeer grote maatschappelijke consequenties geleid.

Ook in de wetenschap heb je wetenschappelijke entrepreneurs in de psychologie, psychiatrie en parapsychologie (die geen wetenschappen zijn). Ook in het kennisland, in het feitenbos heb je tegenstrevers die elkaar in balans houden wat de verkoop van boeken stimuleert. Ook daar binnen de muren van de opleidingen wordt met feiten gegooid alsof zij, de naakte feiten, feitenmonsters in universiteitenland, het leven kunnen vergemakkelijken of het lijden kunnen verminderen.

Feiten zijn hanteerbaar, mensen niet. Feiten zijn vaak niet maatschappelijk relevant en feiten kunnen nauwelijks aan `herstel’ van de samenleving verbonden raken. Het blijft bij het stellen van diagnoses. Daarom ben ik het eens met Oosterbaan dat af en toe een journalist eens grondig dient uit te zoeken hoe het werkelijk zit. Of er behalve al die kennis die onze planeet teistert, ook genoeg kennis is die onze planeet kan redden.

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo

Península Ibèrica Català of España?

Ibero? De Spanjaard bestaat allang niet meer, laat staan een ander bevolkingsgroep die een eigennaam mag hebben. Nu ook bewezen is, dat er van de oorspronkelijke bewoners van het Iberisch eiland door “genmutatie” niets meer over is, bestaan er alleen de Ibero’s; een mix van verschillende volkeren. In de zuidwest hoek van Europa zijn de Spanjaard, Catalaan, Bask en nog een aantal afgesplitste volksgroepen allemaal Ibero’s. De rest is mythologie.

De Ibero’s zijn democraten. Om een voorbeeld te geven, de jaarlijkse ranking van ‘democratische kwaliteit’ door The Economist, wiens geloofwaardigheid geen discussie behoeft, erkent slechts 20 ‘volwaardige democratieën’. Ibero is er één van. De daaropvolgende groep van ‘imperfecte democratieën’ bevat onder meer België, waar de gevluchte expresident Puigdemont van Catalonië zich bevindt.

Ibero heeft in de loop van zijn geschiedenis amper 103 ongunstige uitspraken van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens gehad op een bescheiden totaal van 157 rechtszaken. In andere landen oogt dat plaatje veel minder mooi. Frankrijk is bijvoorbeeld 728 keer is veroordeeld in 997 rechtzaken, en Italië 1819 maal in niet minder dan 2.382 procedures.

Waarom willen mensengroepen zich dan toch onderscheiden en afsplitsen? De Limburger ziet zichzelf niet als een Hollander of Nederlander, de Schot komt niet uit Engeland? Een eigen land, die bol staat van mythes en nostalgie waarmee artificiële grenzen worden getekend; vooral het anders willen zijn is een territoriumdrift, bubbeldenken in algoritmen van het despotisme. Men heeft altijd gelogen tegen de eigen burgers, vroeger en nu via het netwerk van publieke en private audiovisuele media. Leven we niet met Europa op één wereld?

Wat zegt de gevluchte voormalige Catalaanse minister Meritxell Serret: Catalaanse onafhankelijkheidsstrijd bepleit net gelijkheid tussen verschillende bevolkingsgroepen, of dat nu Noord-Afrikanen of Madrilenen zijn.

Spreekt hier niet de Ibero mens?

‘Het langdurige onderhandelingsproces dat voor regeringsactiviteiten noodzakelijk is, kan niet anders dan ingebed zijn in de biologie – erfelijkheid – van affecten, kennis, redeneren en besluitenvorming. De Ibero is net als elders op de wereld, onvermijdelijk opgenomen in de machinerie van de affecten en de aanpassing daarvan, aan de rede. ER IS GEEN UITWEG UIT DEZE SITUATIE.*

Terwijl het een enorme discipline vergt om zelfs maar een slechte politicus te zijn, zo vraagt het leven om een inspanning die generatie na generatie pas zijn vruchten afwerpt.

*Antonio Damasio. Knack, Wikipedia en de gedachte en ideeën van de Catalaan Manuel Valls.

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo

Aan de Uitgeverij Door Stof & Slijk


Robert Kruzdlo 2017 New York

Perle 19 maart 2019

Beste mevrouw Blanc Witlof,

Ik ben geen moralistische schrijver die een verhaal met kop noch staart schrijft. Het Hollandsrealisme beheers ik niet. Soms verblijf ik binnen de bedding van helderheid. Ik experimenteer. Literatuur heeft het kenmerk van genrefictie – ten koste van het experiment, waar steeds minder aandacht voor is. Literatuur leert niet wat de schrijver werkelijk vindt, maar leert wat in het openbaar hoort om maatschappelijk geaccepteerd te worden. De kunst verliest hierdoor zijn vrijheid. Het lot van de schrijver is dat hij twee zielen in zijn borst heeft. De een heeft een kop en staart en de ander zwalkt. Schreef Nabokov niet: De dingen die er het meest op aankomen houden we zelfs voor onszelf verborgen. Marja Pruis doet daarover ook verslag in NRC 2019/03/15 over haar geheime verlangens. Zonder kop en staart liegen. Ze schaamt zich soms voor haar geheime verlangens?

Ik schrijf verzorgd Nederlands met af en toe prachtige zinnen. Een enkele keer draai ik de brandspuit van woordorgasme helemaal open om het vuur dat in mij brandt te doven. Toch heb ik iemand nodig die zijn schouders daaronder durft te zetten, eveneens liefdesvol de tik- en taalfouten eruit te wrikken. Mijn verhalen missen soms een vuurrode draad. Omdat er nu meer dan tien boeken in de la van mijn bureau liggen te verstoffen en inmiddels de jeugdige leeftijd van een 70jaar heb bereikt, wil ik aanmechtig een van deze boeken publiceren: Het wordt mijn debuut van een radicale puber die zopas door de schoonmaakster des huizes is ontmaagd. Nog nooit vertoont, stof genoeg, de hoop wordt steeds groter.

Mijn probleem, geletterde lezer, is een redacteur te vinden die dit experimenteel werk aankan! En ervoor gestudeerd heeft…? Als kunstenaar (robertkruzdlo.com) ben ik niet de schrijver die door een notarisleermeester -die cum laude is geslaagd- verbeterd wil worden, daar ben ik te post-postmodern voor. Ik ben overdadig: excessief en hartstochtelijk. Als u zich hierin herkent en de schouders eronder wil zetten, dan stuur ik het boek “Tussenmens” op. Na een proefredactie; redigeren op taal- en tikfouten, schrijversbegeleiding, verhaalanalyse zal mijn boek daarna vriendelijk worden afwijzen, ja toch.

Ik leer het ook nooit. Ik ben Stof en Slijk kotsbeu. Mijn homeostase is weer in balans.

Groet,

Robert Kruzdlo

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo

Info: walter.joseph.zlo@gmail.com

Catalaanse gele strikken vergeleken met Jodenster?

Elsa Artadi vergelijkt gele strikken met Jodenster

Met de zelf uitgeroepen republiek Catalonië gaat het niet goed. Er is geen goede leiding en ook geen intellectueel of kunstenaar-intellectueel die de boel eens flink wakker schudt.

Gele strikken hetzelfde als een Jodenster? Israël wordt wakker!

Catalanen zitten in een overdrive en verdrinken in superlatieven. Nog erger, de Catalaan komt woorden te kort, om hun vermeend slachtofferschap te illustreren grijpen ze blind naar alles wat bruikbaar is. Ik heb het wel eens eerder gezegd – El Mati website – de republiek Catalonië vergelijkt zich met lijken.

“Niets, maar niets, kan worden vergeleken met de Holocaust om een ​​politiek doel te bevorderen, deze vergelijking is een schande!” Reageerde Assaf Moran, minister-adviseur van de Israëlische ambassade in Spanje, om een controversiële boodschap getweet van Elsa Artadi, woordvoerder voor de Catalaanse overheid. Haar tweets van dagboeken teksten van Anne Frank, Holocaust slachtoffer te verwijzen naar de politieke situatie in Catalonië.

De Catalanen hebben de tweede wereldoorlog niet meegemaakt. Tijdens de burgeroorlog schieten ze op elkaar – op de Ramblas Barcelona 1938 – vermoordden katholieke priesters en nu gaat mevrouw Elsa Artadi met de tekst van Anna Frank er vandoor? Het nazisme had ze ooit in 2018 als vergelijk afgezworen.

Toch heb ik een akelig gevoel over al die plastic gele strikken die overal wapperen, het gele symbool die je dwingt elke dag, uur en zelfs op de televisie herinnert te worden aan de twaalf stoute jongens die in de Spaanse gevangenis zitten. Te moeten kiezen? Zo werd mij op een agressieve manier gevraagd: Ben je voor of tegen Catalonië? Is dat wat de pilaarheilige Elsa Artadi bedoelt met haar onderbuik boodschap?

Catalanen zijn banaal in hun strijd, onderbuik-hormonen die een weg zoeken naar buiten, via het verstand dat op hol geslagen is.

Er is op dit moment in de provincie Catalonië geen politieke leider die dit proces van groteske eigenwaan in goede banen kan leiden.

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo

Let op de gele strikken bij haar tweet!

https://elpais.com/ccaa/2019/03/13/catalunya/1552475095_643598.html

(((Elsa Artadi))) 

✔@elsa_artadi

🎗

“No se’ns permet tenir la nostra opinió. La gent vol que tinguem la boca tancada, però això no t’impedeix tenir la teva pròpia opinió. Tot el món ha de poder dir el que pensa”. Una frase d’Ana Frank molt escaient per al dia d’avui que fa 69 anys de la seva mort a Bergen-Belsen.

4.104

13:52 – 12 mar. 2019

3.583 personas están hablando de esto

PERLE CATALANAS

Uit het boek Perle Robert Kruzdlo:

Ik besluit voor één avond in El Port een pension te zoeken. Jaren geleden heb ik hier een aantal nachten doorgebracht. Tina van Hostel Tina herkent mij meteen. Ze lijkt op grootmoeder. Een stevige vrouw, bol egelvisgezicht, op versleten sloffen komt ze aangelopen. Ze lacht en noteert mijn naam. Met haar kromme worstenvingers reikt ze een loper van mijn hotelkamer aan. Haar vlezige lippen zijn zwaar met lipstick aangezet, zegt ze met een zucht, dat de deur van de kamer klemt en of ik rekening wil houden met het bruine water dat uit de kraan komt. Niet drinken, na een tijdje verdwijnt het brakwater. Ik knik. Ze reikt een Roxasect-spuitbus aan voor de muggen.

‘U was hier jaren geleden al eens?’ vraagt ze zonder mij aan te kijken.

Ik knik weer. Ze ziet het niet. Op haar wangen verschijnen rode vlekken.

‘Zet de fiets maar op de kamer, geen probleem. De kamer blijft voor jouw goedkoop, je mag hem hebben voor dezelfde prijs als toen. Ik herinner mij vooral hoe je met Espanto, je weet wel de man die met niemand sprak…’

Plotseling houdt ze haar hand voor haar mond. Ze kijkt langs mij naar buiten als ik haar in het Catalaans bedank. Moltes gràcies. Tina slikt en met haar hand wuift ze koelte toe.

‘We krijgen een hete zomer, reken daarop, erg warm zal het ook worden. De bladeren van de platanen zullen weer als filigrein vallen, ritselend door de straatjes rollen alsof het herfst is, en de regen zal weer warm naar beneden komen. Je zal zweten, reken daar maar weer op. Veel muggen…’

Ze kijkt toe hoe ik de bagage en mijn fiets oppak.

‘Heet, de maanden juli en augustus, de zwaluwen zullen in hun nesten blijven. Geen vogel, geen zwaluw of tjiftjaf die overdag zingt.’

Dan kijkt ze mij vragend aan.

‘Waarom zo’n fiets en niet een met versnelling waarmee je kunt schakelen… een racefiets?

‘Uit China, een nep-Batavis herenfiets.’

Ik loop de krakende trap op en duw hard tegen de deur van mijn hotelkamer, die niet open wil gaan. Een zetje met mijn voet helpt. De donkere kamer ruikt mottig, naar steen- en houtvocht. De vloer kraakt herkenbaar. Meteen schuif ik de gordijnen opzij en open met een harde knal enthousiast de balkondeur. Het raamglas trilt. Duidelijk, de eerste gast van het seizoen? Dode vliegen en muggen liggen op de vensterbank. Als het felle zonlicht niet meer hindert en een frisse zeelucht naar binnen wipt, stap ik behoedzaam een bouwvallig leisteenbalkon met een doorgeroeste balustrade op en haal diep adem. Mijn hart ontspant zich van blijdschap. Zo gauw ik over de hoefijzerbaai tuur roep ik: Eindelijk, ik ben er!

Betekent dat eindelijk verlost zijn van de kutherrie, de drukte, de stad zonder bergen? Hoe heb je bergen leren kennen?

Een stad zonder bergen, die onder de zeespiegel ligt, kan ik mij herinneren, daar werd ik heel erg verdrietig van. Toen we verhuisden naar de stad heb ik na de verhuizing gehuild en was weken ziek. Nergens een heuvel, een berg, een bos waar ik mij kon verstoppen. Alleen herrie, mensenmassa, drukte, overal op straat die onvriendelijke haast. Een keer ben ik teruggegaan naar het huis in de bergen. Ik huilde toen ik het huis zag en alle dikke bomen herkende; zomen van bossen en in de verte de aangrenzende heuvels vol akkers en wijnvelden. Ik verlang nu nog terug naar die tijd.

Dit is het mooiste stukje kust dat ik ken. De bergen verdrinken in de Middellandse Zee. Het geluid van een zeemeeuw, echoënd in de hoefijzerbaai. Ik kijk fluïde, vervuld van de uitgestrektheid, de wind vertroebelt mijn ogen en er wellen tranen in mij op. Tranen van blijdschap. Ik betrap mij erop dat ik graag een selfie zou willen maken. Een bericht naar mijn ex en bekende wil sturen, dat als een loop die de wereld rond zal gaan. Hoe gelukkig ik nu ben? Nee, ik wil kijken en alleen zijn en alleen in stilte kijken. Kijken zoals kunstenaars doen. Kijken zonder ergens aan te komen. Niets veranderen door te schrijven. En toch doe ik het.

Copyright ©2019 Robert Kruzdlo

Jeugdfoto Tina Pujol Vila