Boek Tussenmens schrijver Robert Kruzdlo

Dit boek heeft gebruik gemaakt van de wereldliteratuur en kunst-neurofilosofie, een interdisciplinaire studie van kunst, neurowetenschappen en filosofie. Als ik alle secundaire literatuurwerken, die mij hebben geïnspireerd, in dit boek had genoemd, was dit boek meer dan duizendbladzijden geworden.

Één denker ben ik heel veel verschuldigd, vriend en oud professor van de Rijksakademie van beeldende kunsten Jan van Riemsdijk. Hij zal hebben meegekeken.    

Liefde is lust

Herontwerp Robert Kruzdlo

Gödel

We kunnen niet niet weten

Altijd zijn we wel iets en

Al is dat iets niet te bewijzen

Iets moet gewoon iets zijn

@robertkruzdlo uit de bundel IJzen

De liefde is geen werkelijkheid, het is een lust, een lust om het woord te gebruiken.

In Catskill Amerika sprak ik een man die wist dat in de grondwet van de VS een tegenstrijdigheid stond. Hij ontdekte dat de VS een dictatuur kan worden. Als Trump daar weet van heeft, dan is het mogelijk een naziregime in de VS te stichten. Wordt zijn gedrag nu beter verklaarbaar? Weten de rechters in de VS wat Trump weet? Jazeker weten de rechters dat, zei de man. We love America!

*

Ik las in de kranten dat Hanna Bervoets in VPRO-zomergasten eloquent, levendig, streng in haar gemoedsaandoening, uitleggerig en om grote emoties te ervaren ze naar filmpjes op YouTube kijkt. Vooral de liefde kwam voorbij. Wat is liefde, affectie, en waarom hebben we het nodig? Bervoets eindigde die avond: ‘Liefde is gezien en getroost worden.’

Liefde is alleen een woord, zei overgrootmoeder toen ik zes jaar oud was.

‘Liefde daar veeg ik mijn kont aan af. Het is een woord, maar geen werkelijkheid.’

Ik ben het met haar eens. Liefde is een woord dat je net als Bervoets na eigen dunk kan invullen. Het is een woord dat door iedereen gebruikt wordt. Liefde is ook een illusie. Gelukkig duurt het leven langer dan de liefde. (Dan menig liefde.) Liefde is gewoon een lust. Chemie. Chemie van lusten. Vrouwen moeten dit toch weten?

*

Wil je een goede schrijver zijn, dan moet je aan de wereld van de markt ontsnappen. Dat zei de schrijver Ferrante. Ik ben het ermee eens. Ferrante was daarom lang onzichtbaar en weigerde elk interview. Schrijven zonder in het openbare leven bekend te zijn betekent, dat je je beter kan concentreren op je werk. Zo ontstond het oeuvre van Ferrante.

*

In het boek van Maeve Brennan EEN BEZOEK wordt loodzwaar theegedronken, de open haard is de enige plaats die warmte geeft en de vrouwen voeren een pestoorlog; giftige heksen bijgestaan door milde tweederangs hoela’s. Ik heb nog nooit een boek gelezen waar vrouwen nog erger dan mannen zich de frisse adem in de hersens misgunnen. De knoet van de schoonmoeder, de arme mensen die aan de deur komen, een vrouw die haar liefde van haar leven niet mag bezitten: vrouwen zijn gewoon teven. Mijn overgrootmoeder zei het al: ‘De liefde nekt je.’

Het einde van het boek van Maeve Brennan is mooi: Zij, Anastasia speelt nog één keer het gekwetste meisje. In de hoop dat het leven de liefde weer terugvindt. Nee dus.

@robertkruzdlo  

ONS

Nosaltres Catalans

Durf grensverleggende vragen te stellen.

Essayist Arthur Eaton in De Groene Amsterdammer: Freud schreef: ’Groepen nemen de persoonlijkheid van hun leider over.’ Wat zegt het dan over ons dat er zoveel flagrant narcistische politici aan het roer staan?

Dan volgt er een trits van denkers. Niet dat daarmee antwoord op de vraag wordt gegeven, die komt op einde van het essay: (…) beneden trof ik mijn tante huilend aan op de sofa. Eerst begreep ik niet wat er aan de hand was. Toen zette mijn broer het geluid van het televisietoestel iets harder. It’s going to be America first! (De Groene Amsterdammer, 24 juli 2019.)

Zoek op Wikipedia naar: It’s going to be America first, dan kom je al een boel te weten. Vanaf 1920 of daaromtrent was deze uitdrukking al gangbaar. Hoeveel tantes hebben er niet gehuild en juichend met de tranen aan hun onderooglid op de bank gezeten? Ik weet er alles van, was erbij.  

En als Arthur al die zogenaamde wetenschappers als Freud nu eens niet gelooft, wat was er dan van zijn vraag overgebleven: Niets.

Wat is dan de oplossing, het antwoord op zijn vraag en wat zegt het dan over ‘hen’, de kiezer, dat er zoveel flagrant narcistische politici aan het roer staan?

Ik begin zo langzamerhand kriegels te krijgen van essayisten die ‘ons’ uit gaan leggen waarom verkeerde narcisten aan het roer staan? Ben ik een ONS waard? Of lijk ik meer op de tot tranen toe geroerde tante? En wat bedoelt Freud als kwakzalver nu eigenlijk precies? Ik ben nu, hierdoor, de weg kwijt… .

Of je nu democraat of republikein bent, het maakt niets uit dat je de slogan: It’s going to be America first, gebruikt. Dat Trump de slogan weer in gebruik heeft genomen, zegt niets over de verkeerde- of goede narcist.

De slogan ‘America first’ is dat verkeerd? Dat vonden een heleboel mensen. De slogan heeft iets nativistisch: door een verkeerde aangeboren kennis? Aangeboren mensenhaat? Maar overal waar ik kwam, kom, en nu ook zelfs in Catalonië, kom ik dezelfde soort slogansymbolisme tegen. De ziekte van ‘Ons’ krijgt de leider die het verdient.

Ik ben Amerikaan en na de laatste presidentsverkiezing, heb ik duizenden kilometers door Amerika gereden om te zien wat voor mensen dat waren. Van New York naar Buffalo, via Catskill terug, heb ik vaak, om de ellende die ik tegenkwam, de gesprekken met mensen die geen toekomst hadden, kansloos waren en die je zo bij de vuilnisbak kon zetten, moeten snikken: ONS-mensen die op Trump hadden gestemd. De brok zit me nog in de keel.

Mijn goede narcistische ziel was niet meer te redden. De armoe, zieke mensen, uitgeputte mijnwerkers, alcoholische dierenliefhebbers, Bijbelgenootschappen en achterlijke ‘rednecks’; natives, geboren Amerikanen allemaal hebben ze op Trump gestemd. Geen Freud, Jung, Adler, Badiou, en alle goede-narcistische tantes van de wereld kunnen deze situatie veranderen. Een goede-narcistische inslag zegt niets meer. De mensen met een fout- en goednarcisme, waren Trump-aanhangers. Een ONS.

En de essayist Arthur dan, vroeg ik mij af?

Zoek eens een essayistische weg die de wereld verandert en schrijf met een ellenbogeninstinct*, essayistische gromtaal die echt schrik aanjaagt, die de muur van de ONS doorboord, in plaats bij onbeantwoorde vragen blijven steken.

Fidel Castro had ook een slogan: Vaderland of de dood!

De ONS Spanjaarden hebben er ook een: Patria, Socialisme o Muerte.

De ONS Catalanen kunnen er ook wat van, die van Apel les Mestres: No Pasaran. Over mijn lijk.

Wij allen willen overleven, ONS is een biologisch lot, soort bij soort. Hoe groter het nationalisme, hoe verpletterender het symbolisme wordt: ONS.  

Amerika, volgens Freud, was een gigantische vergissing. De rest van de wereld misschien ook. Gelukkig hebben we nog een ONS waar de meeste aardbewoners in geloven.

Misschien moeten we mensen die door symbolen geleid en door kretologieën misleidt worden, bevrijden uit het groepsisolement?

In ieder geval weet u nu dat ik geen flagrant narcist ben.  

@robertkruzdlo

* Voel ik meteen met mijn ellebogen aan in welke categorie hij of zij thuishoort. Het ellenbogeninstinckt, van feilloos psychologisch doorzicht. Vrij naar: IJlings naar nergens. Jeroen Brouwers De Parvenu bladzijde 275 ‘Feuilletons’. Zuiveren van parvenu’s in de Nederlandse letteren.)

Verboden werk, en stijlen van prostitutie.

Speerpunt van beesten in de literatuur

Vanaf mijn puberjaren ben ik van nature het meest gebaat bij dat alles zus-of-zo gaat. Niet meer dan een soepele, bizarre mengeling van flitsen van geloof en ongeloof. De meesten onder u kunnen zich deze chaos níet veroorloven.

Nu heb ik hierover een boek geschreven, en het valt mij op dat dit boek door de stijl, vorm, een kunstwerk geworden is: een groot kunstwerk van het brein. Het brein dat wikt en weegt en bij vallen en opstaan wordt het altijd wel iets. Zo ook mijn boek dat ‘TussenMens’ heet.

Zolang ik leef, weet het brein feilloos hoe hij mij staande kan houden; door miljarden variaties van mogelijkheden te koppelen aan mijn genetische aanleg, mag ik mijn gang gaan. Vaak word ik door mijn kunstcollega’s een ‘kunstbeest’ genoemd.    

Het beest in de mens, is een vaak gehoorde benaming voor schrijvers, kunstenaars die hun tijd vooruit waren, maar ook voor beroepen die min of meer verboden waren. Lees het boek ‘De negentien boeken die ons boos maakten.’* Het beest dat je kan uitkotsen, is morgen weer een normaal mens: het beest in de mens krijgt gelijk. Geen mens weet wat gaat komen door al die wilde eye-openers van de ontembare beest mens.**

Mijn eerste kus. De langste kus die ik ooit gaf was aan een meisje, dochter van een prostituee, nu sekswerkster genoemd. In die tijd was het heel gewoon, dat mama op de Amsterdamse Wallen een hoer was.

‘Mama is hoer en als ze thuis komt, is ze weer gewoon mamma. Ze houdt alleen van papa,’ antwoordde Maria toen ik haar vroeg wat mama voor werk deed. ‘Het is gewoon werk in De hoofdstad van de zonde,’ en keek mij aan met blije ogen. 

Gelukkig had ze een trouwe vader!

Op mijn zestiende speelde ik met mijn tweemansband Hostie in een kroeg tegenover het politiebureau Warmoesstraat; Henk drum en ik gitaar, wild, eentonig drie akkoorden. Een oude Phillips buizen radio van voor de oorlog was onze luidspreker. Daar leerde ik Maria kennen. Maria was de enige die luisterde naar mijn verbeelden powerakkoorden. Maria en ik waren opslag verliefd, blind en met de ogen dicht hebben we, daags daarna op de Dam Amsterdam, uren gezoend. Op de Dam, daar zoenden wel meer mensen de hele dag. De enige onderbreking was het bezoek van de bereden politie. De twaalf spierzenuwen zorgden dat mijn tongspieren, door het zoenen, dagen spierpijn hadden.

Waarom gebeurde deze dingen vroeger probleemloos?    

Vandaag 25 juli las ik in de Volkskrant een column van Aleid Truijens: “Sekswerk zal nooit beschouwd worden als ‘gewoon’ werk. Seks houdt de wereld draaiende. Vervult mensen met liefde, ontroering en toewijding, maar ook met jaloezie, agressie en machtswellust. Er zal altijd de geur van het verbodene en onbereikbare omheen hangen. Seks is schaamte en overgave. Seks is sacraal en banaal, het mooiste en het laagste.

‘Maar sekswerk is wel gewoon werk,’ had Maria al in 1965 uitgelegd.

Sekswerk was vroeger gewoon werk, met liefde gedaan, toewijding en zonder enige onderdrukking of verdrongen rabiate, vrij en eerlijk.

De moeder van Maria, dame van lichte zeden was de tijd ver vooruit. Hulde dus aan al die dames die de kunst van het scheiden der lusten verstonden. Werk en thuis gescheiden hielden. Helaas blijft Aleid in de geur van het verbodene hangen. Ze had ook een pleidooi kunnen schrijven, een pleidooi over het verleden.

Er is een geur van die tijd in de Amsterdamse Wallen blijven hangen, die van de echte sekswerkers van toen. Voor deze misdragen, echte seksbeesten mag een standbeeld komen die herinnert aan de vrouwen die het vak verstonden.

Vrouwen neem het heft weer in handen, jaag de duivel van jaloezie, agressie en machtswellust uit u hokken; weg met de ‘pooier’ of ‘bikker’ en wees weer een eerlijke prostituee.

@robertkruzdlo

**(Bladzijde 141 staat een fout aangaande Bertus Swaanswijk die naam maakte als dichter Lucebert. Lucebert was fout in de oorlog. Dat kon Joost de Vries toen het boek uitkwam niet weten. R.K.)  

***Cultuur en migratie in Nederland. Verandering van het alledaagse 1950-2000 – dbnl

TussenMens

Olifant bezoekt café in Den Ouden Vogelstruys Maastricht 1955

TussenMens

Fragment uit het boek “TussenMens” van de schrijver Robert Kruzdlo.

Kun je je die dag van de dood erna nog herinneren?

Ik concentreer me, terwijl ik probeer zoveel mogelijk, liefst alles, terug te halen. Lukt natuurlijk niet. Misschien heb ik rond het incident met Hans veel verdrongen?

Onder de vrouwen bestond de buitenwereld niet echt, die werd elke dag gemaakt, maar die dag: kil begint plotseling de lucht te betrekken, langzaam komen er kolengruiswolken aandrijven. Een helder vreemd aslicht schijnt af en toe door de openingen in de wolken. De vrouwen zitten weer gezamenlijk aan de keukentafel. Waarover ze het hebben? Moeder veegt met de hand de broodkruimels bijeen en zegt: ‘Morgen vertrek ik weer. Hans en ik hebben werk gevonden bij Circus Renz. Eerst een optreden op het Vrijthof.’

Dan veegt ze weer kruimels tabak van de keukentafel. Pieter haalt stoffer en blik. Ik mag even op moeders schoot zitten. Als ik mijn hoofd tegen haar borsten wil leggen, schrikt ze. Ik knijp in haar pols.

‘Doe niet zo gek, je lijkt je vader wel, ook zo’n knijper.’

‘Zeg dat toch niet.’ Pieter sloft met stoffer en blik naar de keukendeur.

‘Doe die deur dicht, het is koud hier,’ zegt moeder. ‘Kom, dan laat ik je wat foto’s zien van onze act met de motor. Zie je die kerk hier en dat huis daar, daartussen wordt een dik touw gespannen, van de kerkspits naar dit huis, je weet wel café ‘de Struys’ … ik bedoel naar café Den Ouden Vogelstruys. Over dat dikke touw rijden we met de motor. Morgen zul je de rest zien.’

Ik begreep er niets van, maar de manier waarop moeder het vertelde was spannend en het leek of ze mijn aandacht, hoe fragiel dan ook, toch weer kon breken. Auw.

‘Morgen,’ zegt ze, ‘morgen hoef je ook niet bang te zijn, hoor, ik zal niet vallen en …’ Fluisterend: ‘Zeg maar een weesgegroetje op, ik neem als ik terug ben een echt cowboypak voor je mee.’

Moeder keert de asbak om, peutert de peuken open en rolt van een hoopje tabak een sigaret. Ik ruik een bittere lucht en proef de rook.

@robertkruzdlo

Marja Pruis: Zullen we het eens echt over vrouwen hebben?

Marja Pruis 2014 tekening Robert Kruzdlo

Vaak kiest men voor de aanval en maakt men vijanden, om te verbergen dat je zelf zwak staat. Friedrich Nietzsche.

Marja Pruis 1959 gaat in De Groene Amsterdammer opzoek naar de man en de vrouw in de mens. Zo lees ik dat de man is geprotuubd en kapot gefeminiseerd is, maar wie is nu de echte man: Je wordt tenslotte niet als man geboren, maar tot man gemaakt, om maar een beroemde schrijfster te parafraseren, schrijft Marja Pruis. Zij herleest de literatuur hierover? Maar omdat er niet alles opgeschreven is over de vrouw en man verhouding of zo je wil, de liefde, geef ik hiervan eigenwijs een voorbeeld.

Oma An zei: mannen zijn alleen geïnteresseerd in een gat, maakt niet uit wat. Ik was zes. Oma An was lesbisch, maar dat wist ik toen niet.

Nu ik weet wat mijn Oma bedoelde, begon ik mij af te vragen wat wil de vrouw nog meer? Niet alleen dat, ook begon ik langzaam te begrijpen dat mijn moeder van heel véél van mannen hield en egotistisch haar eigen weg ging. De een naar de ander viel af. Toch had ze aan een kraal mannen nog te weinig. Toen ik mijn eerste vriendinnetje kreeg, moest ik van haar leren dat een man nooit een vrouw kon bezitten: dat beslist de vrouw zelf. En al was die beslissing van beide vrouwen weliswaar biologisch, ook dit wist ik pas veel later: mijn vriendin liep de hele dag met een opgepompte flamoes rond. Ik kan eerlijk zeggen dat deze vrouwen mijn leven hebben gekut; het was grote liefde en groot verdriet tegelijk. Een dichotomie uit liefde? Nooit meer voor herhaling vatbaar.

Toch dames, mevrouw, meisje, raad ik u aan blijf in de liefde geloven; de strijd die het geeft, als mens -niet als vrouw of man- is liefde de enige redding. Ook al is of was het een illusie, de waan van de biologie, de neuronen hebben één uitgangspunt en dat is en blijft liefde: in mijn geval met pijn en verdriet. Liefde blijft liefde en meer dan liefde is er niet. Liefde heeft de liefde meer lief dan de liefde zelf. Was dit niet van Nietzsche?

Vrouwen vechten daarom om meer recht, lijkt me. Mannen zoals ik, vechten om erkenning; mijn mannen-mensenwereld, mijn probleem is nog nooit in de literatuur uitgekristalliseerd. Ik denk dat vrouwen, vrouwen met een vaginaal stendhalsyndroom nog nooit een roman hierover hebben geschreven. Vooral niet een vrouw die de man uit liefde en onafhankelijkheid, eigenlijk zichzelf keihard portretteert!

Om met Groene-critica Marja Pruis te spreken: er is nu eindelijk meer tussen hemel en aarde. Marja schrijft 3 juli in De Groene Amsterdammer: Het gaat niet om de vrouw of de man, het gaat om de mens. Ze sleept Stenhdal erbij die laat zien dat als een vrouw authentiek gemoed heeft, een principiële onafhankelijkheid, een afkeer van huichelarij, een verlangen naar oprecht geluk, dan pas vrij is?

Had ik dit maar geweten.

Stenhdal verzuchtte op zijn einde van zijn leven dat na al dat geschrijf hij nog niet begreep wie hij was.

@robertkruzdlo

Eind dit jaar verschijnt mijn boek TussenMens. In deze roman vindt u meer over dit onderwerp.

Das kann das Leben nur einmal geben

Min doet net of hij alles nog weet.

Hij heeft etalagebenen. Zijn knieën zijn broos en thuis slaapt hij alleen maar. Alles doet hij buitenshuis. Meer dan 40.000 Blu-ray schijven aan informatie over zijn leven had hij tot nu toe in zijn hoofd opgeslagen. Nu, dat dacht hij, het zijn er hooguit 13.000, misschien over een paar maanden nog maar een paar honderd! Hij kan zich steeds minder herinneren. Moeilijk om bij informatie komen, zegt Min. Daarom kijk ik de hele dag op mijn IPhone waarin al mijn gegevens staan en ook die van mijn kunstschilderwerk, exposities heb ik erin opgeslagen. Hij kijkt naar de lucht.

Schilderen kan hij niet meer. Hij weet niet meer hoe het moet. Hij is wel eens naar een hypnose sessie geweest om zijn geheugen terug te krijgen, maar dat mocht niet baten. Een tekenpotlood in zijn hand voelt vreemd aan. In zijn atelier komt hij niet meer.

Hij toont mij zijn laatste bloeduitslag. Het laat verhoogde cholesterolwaarden zien, maar het deert hem niet. Hij drinkt de hele dag alcohol, wel met mate; als ik hem een glas wijn aanbied dan liever een half glas, soms een kwart. Dieet daar doet hij niet aan. Hij weegt hooguit 75 kilo. Hij slikt kurkuma, wel te laat, zegt Min.

Troost vindt hij in het herhalen van oud nieuws, terughalen via zijn iPhone of computer. Iedere keer weer moet hij, om zich te vergewissen dat hij het nog iets weet, steeds vaker op zijn iPhone kijken. Wat precies hij niet weet, weet hij niet. Herhalingsdwang? Kun je het zo ook noemen?

Wiederholungszwang, zegt hij.

Waarom zeg je het in het Duits, vraag ik?

Ik heb in Duitsland gewerkt, zegt Min met lage wenkbrauwen.

Hij kijkt op zijn IPhone en zoekt het woord op.    

@robertkruzdlo

Vrouwen: mannen hebben een achterstand

Barcelonines begrijpen waarom mannen zo achterblijven.

Vóór mij aan een ronde tafel zaten, luchtig gekleed in vaalgrijze wegwerpkleren, een zestal voetbaldames. Nee, voetbalvrouwen met zonverbrande neuzen. Buiten was het 38 graden. En toch woei er een koel briesje door het café dat op de hoek van de straat aan het schaduwrijk plein lag. Ik houd van schaduw, door oude platanen links en rechts op aarde geworpen met in het midden een spaans mos-fontein. Geen naaldje zonlicht kon zich door het bladerdak een weg banen en je kunt er bij kaarslicht een boek lezen, zo schemerachtig is het bij het vallen van de avond.

De vrouwen uit Barcelona keken nogal somber, kromme rug, uitgezakt maar eendrachtig als team loken zij allemaal naar het televisiescherm waarop het Spaanse vrouwenvoetbalelftal tegen Amerika speelde. De een beet op haar nagels, de ander krabbend aan haar ellebogen, pulkend aan bierviltjes en naarmate de wedstrijd verstreek, werden café stoelen knarsend verschoven, om aan elkaar te kunnen frunniken. Een stopte haar hand onder een T-shirt van een ander en streelde diens vochtige huid. Het opgedroogde zweet onder de armen was wit uitgeslagen. Een ander begon de schouders te masseren van haar buurvrouw. Een stel vond troost door te tongzoenen. Ieder had zo zijn aai-neigingen en waarvan de aaibaarheidsfactor steeds groter werd toen bleek dat de het vrouwenvoetbalelftal van Spanje de wedstrijd definitief verloren had. Als krolse poezen moesten zij zich definitief bij de uitslag neerleggen.

Toen ze opstonden en de te nauw zittende korte broeken uit de plooien van hun vrouwelijk geslacht moesten trekken – door de benen te buigen en de knieën naar buiten te draaien – liepen ze zonder mij, op of om te kijken, met opgetrokken wenkbrauwen sjorrend en trekkend het schaduwrijke plein op. Ik hoorde een van hen in het Catalaans zeggen dat het Barcelona vrouwenvoetbalelftal beter zou hebben gepresenteerd dan het nationaal dameselftal. Ik wilde nog zeggen dat… , maar niemand leek mijn uitgestoken hand te hebben begrepen. Armoe troef.

Rond de tafel dampte alles een beetje na. Het kalmerende hormoon oxytocine, net als een leeglopende meisjesschoolklas, kon je ruiken. Een berg afval van zwarte zonnebloempitten, plastic zakjes waarin chips had gezeten, verpulverde biervilten, papieren servetten waarvan een soort pingpongballen waren gemaakt, morsvlekken, suikerstrepen en citroenschillen maakte van het geheel een soort funk-art en dit alles had ook een bepaalde schoonheid. Het rook niet prettig toen ze allang in de schaduw verdwenen waren, ze hadden gewoon schijt aan alles en misschien konden ze best met binnen- of buitenkantvoet een voetbal trappen, het rook niet naar vers gras. Allemaal genetisch, zei mijn buurman die net was aangeschoven met een vol glas ratafia champagne.

Als enige man die het tafereel had gadegeslagen – behalve dan een andere jongeman die misschien de trainer was van de vrouwenvoetbalsters en al die tijd erbij zat alsof hij niets anders dan het televisietoestel gezien had – vielen mij, uit mijn jeugd nogal wat herinneringen te binnen. Ik wilde spontaan tegen hem zeggen dat als je door vrouwen bent grootgebracht, zoals ik, begrijp waarom mannen zo achterblijven? Mannen hebben namelijk net dat extra wat voetballende vrouwen niet hebben.  

Hoe zou het geweest zijn als het hele elftal aan Barcelonettes daar gezeten had? Twaalftinten grijs? Ik had gewoon geknikt, waarmee ik wil zeggen, dat ik het allemaal begrepen had als Nina Simone: Feeling Good.     

@robert kruzdlo

Bom als een boek

Stella Bergsma haar roman “Pussy album” is wild, woest en frivool tegelijk. In Stella’s boek is Eva van Liere 37 jaar lerares en dus Stella Bergsma? Het is een frontvrouwboek van drank, seks, pedofilie en mensenhaat. Kleuters in elkaar schoppen, haar fantasieën zijn bloeddoorlopen cynisch, rauw alsof het door een man gefantaseerd is. Het theater van de wreedheid. Een doodenge frontvrouw, hyperbewust in alles wat ze doet, met een ingewikkeld imago, wil haar rauwheid botvieren door haar nymfomane gedrag bot te vieren op een jongen van zeventien jaar. Goed geschreven woede, eng, en zo af en toe gevoelig. Zeer gevoelig, alles over de top. Kut, poep, pissen, pijpen och alles komt erin voor. Stella spiegelt zich aan de man en wil met dit boek het liefst een pik hebben; alle taboes moeten doorbroken worden. Gelukt zou ik zeggen. De pedofilie bij de vrouw zou door meer vrouwen beschreven moeten worden. Ik ken er genoeg, helaas nemen ze bijna nooit de pen ter hand hoewel zij, Eva dus…, met de pink naar boven aan een onbesneden lulletje zit te zuigen en te trekken.

Lees Pussy album! Deze doorgedraaide ongestelde pedoseksuele-hyperseksualiteit vrouw Eva, die, door de grens over te gaan naar bevrijding zoekt, die maar niet wil komen of zal komen, …moet er wel iets evolutionairs gebeuren, iets radicaal veranderen in het brein. Doordrinken en erbij blijven, en, doorlezen.

Sommige vrouwen hebben een grotere lul dan mannen.

Uitgever Nijgh & van Ditmar          

Boek TussenMens

Robert Kruzdlo Maastricht 1955 Vrijthof modeshow.

Ik zal hier alles willen opbiechten, wat een groot offer zal zijn, en al word ik door dit offer verdoemd – zelfs al ben ik ermee ingenomen zal het mij toch voor een grotere catastrofe behoeden, omdat anders het offer voor altijd verloren gaat – ik moet hiermee leven.

Pinn Fallibl 1963  

Zo begint een nieuw boek van mij Robert Kruzdlo. Pinn de hoofdpersoon – zie foto – reist een aantal weken met de kermis mee. Het boek zal volgend jaar verschijnen. Maar eerst zal het boek TussenMens eind dit jaar verschijnen.